Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV van 19 maart 2025. Dit beroep is op 14 april 2025 ingediend. Op 3 februari 2026 heeft het UWV het besluit gewijzigd, waarna verzoekster haar beroep heeft ingetrokken. De rechtbank beoordeelt het verzoek van verzoekster om het UWV te veroordelen tot betaling van proceskosten.
De rechtbank stelt vast dat het UWV door het gewijzigde besluit geheel tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoekster. Op grond hiervan kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen tot betaling van proceskosten. Het UWV heeft aangegeven zich te kunnen vinden in de gevraagde vergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe en bepaalt dat het UWV aan verzoekster een bedrag van € 934,- moet betalen, zijnde de kosten voor het indienen van het beroepschrift. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het griffierecht van € 53,- te vergoeden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden.
De uitspraak is gedaan door rechter K. de Weijze en griffier S. Constant op 19 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van haar beroep wegens een nieuw besluit.