Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een besluit van de inspecteur van de Belastingdienst inzake de beschikking NiNbi 2021. Tijdens de procedure heeft de inspecteur ambtshalve een nieuw, verhoogd bedrag opgelegd, waarmee hij aan het beroep van belanghebbende tegemoet is gekomen. Hierdoor heeft belanghebbende haar beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding.
De inspecteur betwistte het recht op proceskostenvergoeding en teruggave van het griffierecht, stellende dat niet aan het beroepschrift was tegemoetgekomen en dat de kosten niet aannemelijk waren gemaakt. De rechtbank oordeelde echter dat de inspecteur wel degelijk aan belanghebbende was tegemoetgekomen door de herziene beschikking en dat de gemaakte reiskosten noodzakelijk waren voor een goede voorbereiding van het beroep.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding van €224 toe en beval tevens de vergoeding van het griffierecht van €51. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 23 februari 2026. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken.