ECLI:NL:RBZWB:2026:1120

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
BRE 24/8546
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:54 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming inspecteur

Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een besluit van de inspecteur van de Belastingdienst inzake de beschikking NiNbi 2021. Tijdens de procedure heeft de inspecteur ambtshalve een nieuw, verhoogd bedrag opgelegd, waarmee hij aan het beroep van belanghebbende tegemoet is gekomen. Hierdoor heeft belanghebbende haar beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding.

De inspecteur betwistte het recht op proceskostenvergoeding en teruggave van het griffierecht, stellende dat niet aan het beroepschrift was tegemoetgekomen en dat de kosten niet aannemelijk waren gemaakt. De rechtbank oordeelde echter dat de inspecteur wel degelijk aan belanghebbende was tegemoetgekomen door de herziene beschikking en dat de gemaakte reiskosten noodzakelijk waren voor een goede voorbereiding van het beroep.

De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding van €224 toe en beval tevens de vergoeding van het griffierecht van €51. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 23 februari 2026. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht na tegemoetkoming aan het beroep van belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/8546

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] (Duitsland), belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van de inspecteur van 10 december 2024. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat met de inspecteur overeenstemming is bereikt over de beschikking NiNbi 2021.
1.1.
De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De inspecteur stelt dat belanghebbende geen recht heeft op een proceskostenvergoeding en teruggave van het betaalde griffierecht. De inspecteur stelt dat niet tegemoet is gekomen aan het beroepschrift van de indiener. De intrekking komt voort uit het feit dat de beschikking NiNbi 2021 omhoog is gegaan. Voor de inspecteur is de achtergrond van de door belanghebbende opgegeven kosten niet duidelijk en dus maakt de belanghebbende niet aannemelijk dat de door de belanghebbende gemaakte kosten voor een vergoeding in aanmerking komen.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de inspecteur aan belanghebbende tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de inspecteur aan belanghebbende is tegemoetgekomen.
5. Op 30 december 2024 heeft de rechtbank het beroepschrift van belanghebbende ontvangen. Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaarschrift van belanghebbende ongegrond is verklaard. In het bezwaar- en beroepschrift heeft belanghebbende haar mening kenbaar gemaakt dat de beschikking NiNbi 2021 onjuist is. De inspecteur heeft ambtshalve een nieuw bedrag en dus een herziene beschikking opgelegd. Hiermee is de inspecteur tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende.
Moet de inspecteur de proceskosten van belanghebbende vergoeden?
6. Belanghebbende heeft bij intrekking van het beroepschrift verzocht om een veroordeling van de inspecteur in een proceskostenvergoeding van € 224,- voor de gemaakte reiskosten. Deze gemaakte reiskosten zijn ontstaan door de reizen naar het domicilie-adres in Nederland voor het ophalen van belangrijke processtukken. Daarnaast heeft belanghebbende een uitspraak overgelegd van Hof ’s-Hertogenbosch op 26 maart 2025. In deze uitspraak heeft het Hof een reiskostenvergoeding naar het domicilie-adres toegekend. [3]
6.1.
De inspecteur stelt dat hij niet tegemoetgekomen is aan het beroepschrift van belanghebbende. De intrekking vloeit volgens de inspecteur voort uit het niet hebben van enig procesbelang aan de zijde van belanghebbende. De inspecteur stelt verder dat voor zover belanghebbende enig recht heeft op een vergoeding van de proceskosten, belanghebbende de achtergrond van de gestelde kosten onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt.
6.2.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur tegemoetgekomen is aan het beroepschrift van belanghebbende. Belanghebbende gaat namelijk in beroep voor de beschikking NiNbi 2021. De inspecteur heeft bij brief van 30 april 2025 laten weten dat de aanslag inkomstenbelasting 2021 en dus ook de beschikking NiNbi 2021 zijn aangepast. De inspecteur is hiermee tegemoetgekomen aan belanghebbende. De rechtbank oordeelt op basis van het voorgaande dat aan de vereisten voor een proceskostenveroordeling – zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Awb – is voldaan, nu de inspecteur aan belanghebbende tegemoetgekomen is. De rechtbank acht het aannemelijk dat de reiskosten – die belanghebbende heeft moeten maken – noodzakelijk waren voor een deugdelijke voorbereiding van de beroepsprocedure. [4] Belanghebbende heeft eveneens verzocht om een vergoeding van het griffierecht van € 51,-. De rechtbank overweegt dat indien aan het beroep tegemoetgekomen wordt, de inspecteur het griffierecht dient te vergoeden. De rechtbank zal de inspecteur daarom daartoe opdragen.

Beslissing

De rechtbank:
  • veroordeelt de inspecteur tot een betaling van € 224,- aan proceskosten aan belanghebbende;
  • draagt de inspecteur op het betaalde griffierecht van € 51,- aan belanghebbende te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Hof ’s-Hertogenbosch 26 maart 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:838
4.Hoge Raad 13 juli 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC5713.