ECLI:NL:RBZWB:2026:1114
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen belastingaanslag
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de ontvanger van de Belastingdienst waarin bezwaar ongegrond werd verklaard. Later heeft belanghebbende het beroep ingetrokken en tegelijkertijd verzocht om de ontvanger te veroordelen in de proceskosten. De ontvanger heeft aangegeven niet aan het beroep tegemoet te zijn gekomen, aangezien belanghebbende de aanslag zelf heeft betaald.
De rechtbank heeft beoordeeld of de ontvanger geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen, wat een voorwaarde is voor een proceskostenveroordeling bij intrekking van het beroep. Omdat belanghebbende geen nadere motivering of gedingstukken heeft overgelegd bij de intrekking, baseert de rechtbank zich op de stukken van de ontvanger.
De ontvanger heeft verklaard dat de aanslag inmiddels is voldaan door belanghebbende, zonder dat de ontvanger zelf enige tegemoetkoming heeft gedaan. De rechtbank concludeert dat de ontvanger niet aan het beroep is tegemoetgekomen en dat er daarom geen recht bestaat op vergoeding van proceskosten. Het verzoek wordt dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de ontvanger niet aan het beroep is tegemoetgekomen.