ECLI:NL:RBZWB:2026:1109
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging en gronden in belastingzaak
De Belastingdienst ontving op 10 juni 2025 een brief die werd aangemerkt als beroepschrift tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020. De rechtbank kreeg het beroepschrift op 5 augustus 2025 ter behandeling.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de gemachtigde geen machtiging heeft overgelegd en ook geen gronden van het beroep heeft vermeld. De rechtbank heeft meerdere malen verzocht om het verzuim te herstellen, maar deze verzoeken bleven onbeantwoord. De brieven werden ongeopend retour gezonden en er is geen verontschuldiging gegeven.
Omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard, beoordeelt de rechtbank het beroep niet inhoudelijk en blijft het bestreden besluit ongewijzigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken een verzetschrift indienen om alsnog hun standpunt toe te lichten.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en gronden, waardoor het bestreden belastingbesluit in stand blijft.