ECLI:NL:RBZWB:2026:1099

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/02/443317 / JE RK 25-2282
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Maandag
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens noodzakelijke traumabehandeling

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen die bij hun ouders wonen. De kinderen waren eerder onder toezicht gesteld vanwege vermoedens van mishandeling, waarvan de ouders zijn vrijgesproken. Sinds de terugplaatsing van een van de kinderen verloopt het gezinsfunctioneren stabiel en positief, met intensieve betrokkenheid van jeugdhulp en medische controles.

De GI benadrukt dat ondanks de positieve ontwikkelingen een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is omdat een langdurige trauma- en emotieregulatiebehandeling voor alle kinderen nog moet starten. De GI wil de regie houden over dit traject en de ontwikkeling van de kinderen monitoren. De ouders stemmen in met een verlenging, maar vinden een jaar te lang en verzoeken om zes maanden.

De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke vereisten voor verlenging is voldaan en wijst het verzoek toe voor de volledige duur van een jaar. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de drie minderjarige kinderen voor de duur van een jaar en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/443317 / JE RK 25-2282
Datum uitspraak: 23 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Tilburg,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedag 1] 2018 in [geboorteplaats 1] (Pakistan),
hierna te noemen: [minderjarige 1] .
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedag 2] 2015 in [geboorteplaats 1] (Pakistan),
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedag 3] 2019 in [geboorteplaats 2] (Duitsland),
hierna te noemen: [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. P.A.J. van Putten uit Almere,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. P.A.J. van Putten uit Almere.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader en de moeder zijn bijgestaan door de heer [naam] , tolk in de taal Urdu, tevens zijn de ouders bijgestaan door de advocaat, die digitaal is gehoord;
- een vertegenwoordigster van de GI die digitaal is gehoord.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] .
2.2.
De kinderrechter heeft [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] bij beschikking van 24 januari 2025 onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 24 januari 2025 tot 24 januari 2026.
2.3.
[minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] wonen bij de ouders.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
Door de GI is in de overgelegde stukken en tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat er veel goede stappen binnen het gezin zijn gezet in de afgelopen periode. Door een vermoeden van mishandeling is [minderjarige 1] langere tijd uit huis geplaatst geweest. De ouders zijn vrijgesproken van doodslag en kindermishandeling. Er is hard gewerkt om te komen tot een terugplaatsing van [minderjarige 1] binnen het gezin. Sinds de terugplaatsing van [minderjarige 1] op 8 oktober 2025 verloopt het functioneren van het gezin stabiel en positief. Sindsdien is [jeugdhulp] intensief betrokken om de situatie in de thuissituatie te monitoren en te ondersteunen. Regelmatig vinden er medische controles bij [minderjarige 1] plaatst. Deze regelmatige controles zijn belangrijk om de fysieke gezondheid van [minderjarige 1] te waarborgen en mogelijke complicaties tijdig te signaleren. De ouders staan volledig achter deze afspraken en werken actief mee om de continuïteit van de medische zorg te garanderen. Naast de medische begeleiding zijn er veiligheidsafspraken gemaakt in samenwerking met de ouders, de school en [jeugdhulp] . Deze afspraken zorgen ervoor dat de kinderen in een veilige en gestructureerde omgeving kunnen opgroeien. Daarnaast vindt er structureel afstemming plaatst tussen school, [jeugdhulp] , de GI en de ouders. De ouders tonen zich betrokken en vragen actief om ondersteuning wanneer nodig.
Ondanks alle positieve stappen is een verlenging van de ondertoezichtstelling van een jaar noodzakelijk om de regie binnen het gezin te kunnen blijven voeren. Momenteel wordt een traject rondom trauma- en emotieregulatie opgestart voor alle drie de kinderen. Het is belangrijk dat de GI betrokken blijft om te zien hoe het proces gaat verlopen. Nu de behandeling voor de kinderen nog niet is gestart, is een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden te kort. De ervaring leert dat deze specifieke behandeling langere tijd nodig heeft. Benadrukt wordt dat indien alles goed blijft gaan een verzoek ingediend kan worden om de ondertoezichtstelling vervroegd te beëindigen.
4.2.
Door en namens de ouders wordt naar voren gebracht dat de ouders kunnen instemmen met een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden. Het overige deel van het verzoek dient afgewezen te worden. Gelet op alle positieve ontwikkelingen vinden de ouders een verlenging voor de duur van een jaar te lang. De hulpverlening kan in het vrijwillige kader worden voortgezet. De ouders hebben altijd medewerking aan de hulpverlening verleend en zullen dat ook blijven doen. Hierdoor kan de hulpverlening op korte termijn worden afgeschaald naar een wijkteam. De ouders begrijpen dat de ondertoezichtstelling nog niet direct kan worden afgesloten nu de behandeling van de kinderen nog gestart dient te worden. Subsidiair wordt verzocht om het verzoek toe te wijzen voor de duur van zes maanden en het overige gedeelte aan te houden. De ouders ervaren een fijne samenwerking met de jeugdbeschermer. De kinderen vinden het niet prettig als er iedere keer andere hulpverlening langskomt. Zij hopen dat de hulpverlening snel beëindigd kan worden.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:255 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
5.2.
Op grond van artikel 1:260 lid 1 BW Pro kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er in de afgelopen periode veel positieve stappen zijn gezet met als hoogtepunt de terugplaatsing van [minderjarige 1] . Gezien wordt dat de ouders iedere vorm van hulpverlening accepteren en open staan voor begeleiding van de hulpverlening. Toch is de kinderrechter van oordeel dat een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is, omdat er nog gestart dient te worden met trauma- en emotieregulatie behandeling van de kinderen. De GI dient hierover regie te voeren. Het is de verwachting dat het een langdurige behandeling betreft. Daarnaast is het belangrijk om te monitoren hoe de ontwikkeling van de kinderen verloopt tijdens deze behandeling. De kinderrechter ziet geen aanleiding om de ondertoezichtstelling te verlengen voor een kortere duur dan verzocht, en evenmin om de ondertoezichtstelling tussentijds te toetsen. De kinderrechter vertrouwt erop dat de GI zal verzoeken om de ondertoezichtstelling te beëindigen indien de hulpverlening in een vrijwillig kader toereikend blijkt.
5.4.
Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor een verlenging ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] . De kinderrechter zal het verzoek toewijzen voor de verzochte duur en [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] onder toezicht stellen van de GI, met ingang van 24 januari 2026 tot 24 januari 2027.
5.5.
De kinderrechter zal de beslissing, gelet op de aard daarvan, uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de GI. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als hiertegen hoger beroep wordt ingesteld.
5.6.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] met ingang van 24 januari 2026 tot 24 januari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van Oonincx als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.