Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 december 2025;
- het e-mailbericht van oma van 13 januari 2026;
- de brief van de Raad voor de Kinderbescherming van 16 januari 2026, ingekomen bij de griffie op 21 januari 2026.
- de moeder;
- de oma;
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van de GI
5.Het standpunt van belanghebbenden en het advies van de Raad
6.De beoordeling
de Raaddan ook zal verzoeken om een onderzoek te verrichten naar het perspectief van [minderjarige] . De kinderrechter gaat er hierbij van uit dat de Raad over de resultaten van dat onderzoek zal rapporteren en adviseren in het kader van een nog door de GI in te dienen opvolgend verzoek met betrekking tot de beschermingsmaatregelen voor [minderjarige] . Voor de goede orde merkt de kinderrechter op dat het dus
nietde bedoeling is om het onderzoek in te dienen in deze zaak aangezien het verzoek van de GI volledig zal worden toegewezen. De kinderrechter verwacht dat het perspectiefonderzoek zal worden overgelegd bij een toekomstig verzoek van de GI tot verlenging van de maatregelen. Het is aan de Raad en de GI om dit nader met elkaar af te stemmen.
7.De beslissing
Raad voor de Kinderbescherming, locatie Breda, een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de vraag waar het perspectief van [minderjarige] ligt en daarover te rapporteren en te adviseren, welk rapport in het kader van een door de GI in te dienen opvolgend verzoek bij de rechtbank dient te worden ingediend, zulks onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de GI, de moeder, de vader en de oma.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.