ECLI:NL:RBZWB:2026:109
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering aan eiser na ongeval en psychische problematiek
Deze uitspraak betreft de weigering van het UWV om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen aan eiser. Eiser, die werkzaam was als basisoperator B3, heeft een ongeval op de werkvloer gehad en later ook een auto-ongeluk, wat heeft geleid tot verschillende klachten, waaronder psychische problematiek. De rechtbank heeft de zaak behandeld op 12 januari 2026, waarbij eiser niet aanwezig was, maar vertegenwoordigd werd door zijn gemachtigde, mr. L.L. Ross. De rechtbank heeft beoordeeld of het UWV terecht heeft geweigerd om eiser een WIA-uitkering toe te kennen. Het UWV stelde dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is, wat betekent dat hij geen recht heeft op een uitkering. De rechtbank concludeert dat het UWV de WIA-uitkering terecht heeft geweigerd, omdat eiser niet voldoende medische beperkingen heeft aangetoond die zijn arbeidsongeschiktheid zouden rechtvaardigen. De rechtbank heeft de beroepsgronden van eiser verworpen en het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.