Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de afwijzing van een WIA-uitkering. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 24 november 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV gaf aan dat de vertraging wordt veroorzaakt door een tekort aan verzekeringsartsen en dat een hoorzitting en fysiek spreekuur nog ingepland moeten worden. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog te beslissen, gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van eiseres om binnen afzienbare tijd duidelijkheid te krijgen.
De rechtbank legt het UWV een dwangsom op van €100 per dag dat het besluit uitblijft, met een maximum van €15.000. Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten van €467 aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 20 februari 2026.