Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de stopzetting van haar Ziektewetuitkering van 17 januari 2025. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 25 augustus 2025 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen op het bezwaar. Hoewel het UWV een langere termijn wenst vanwege een tekort aan verzekeringsartsen, acht de rechtbank vier maanden een redelijke termijn die recht doet aan zowel de zorgvuldigheid als het belang van tijdige besluitvorming.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Eiseres krijgt het griffierecht en proceskosten van €467 vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 20 februari 2026.