ECLI:NL:RBZWB:2026:1081
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit minister Sociale Zaken niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 20 februari 2026 uitspraak gedaan over het beroep van de erven van een overledene tegen een besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 september 2024.
Het beroepschrift werd op 20 december 2024 ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken die op 30 oktober 2024 eindigde. Hoewel het beroepschrift abusievelijk eerst bij de minister werd ingediend, werd het alsnog doorgezonden naar de rechtbank, die het op 9 januari 2025 ontving. De rechtbank stelde vast dat het beroep te laat was ingediend.
De erven, vertegenwoordigd door de echtgenoot van de overledene, kregen meerdere kansen om de overschrijding van de beroepstermijn te verklaren, maar reageerden niet. De rechtbank oordeelde dat er geen verschoonbare reden was voor de termijnoverschrijding.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en bleef het bestreden besluit in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.