Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag voor een WIA-uitkering van 21 augustus 2025. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser het UWV op 13 november 2025 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, een langere termijn dan de standaard twee weken vanwege het belang van zorgvuldige besluitvorming en het tekort aan verzekeringsartsen. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.
De rechtbank wijst het verzoek van eiser om een hogere dwangsom af en stelt vast dat het UWV reeds een bestuurlijke dwangsombeslissing heeft genomen, waardoor de rechtbank deze niet vaststelt. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de dwangsom vanaf 2 maart 2026. Tot slot moet het UWV het griffierecht en proceskosten van €467 aan eiser vergoeden.