Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:1057

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
BRE 25/5648
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:5 AwbArt. 7:1 AwbArt. 26 AWRInvorderingswet 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over beslaglegging en verrekening openstaand bedrag

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op bezwaren over geheven omzetbelasting van 2018 tot en met 2025. De inspecteur stelt dat er geen openstaande bezwaren of verzoeken bekend zijn en dat de heffing van omzetbelasting onherroepelijk vaststaat.

Belanghebbende verwijst naar een brief van de ontvanger over verrekening van een openstaand bedrag en maakt bezwaar tegen de beslaglegging van een auto. De rechtbank overweegt dat het belastingrecht een gesloten stelsel van rechtsbescherming kent, waarbij alleen bezwaar en beroep mogelijk zijn tegen voor bezwaar vatbare beschikkingen.

Omdat belanghebbende niet opkomt tegen een aanslag of voor bezwaar vatbare beschikking en de beslaglegging en verrekening niet onder de uitzonderingen vallen, is de belastingrechter niet bevoegd. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en draagt het betaalde griffierecht aan belanghebbende terug. Een geschil over beslaglegging en verrekening kan aan de burgerlijke rechter worden voorgelegd.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen beslaglegging en verrekening van een openstaand bedrag.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/5648

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026 in de zaak tussen

Stichting [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende, omdat niet (tijdig) zou zijn beslist op bezwaren over geheven omzetbelasting vanaf 2018 tot en met 1 december 2025.
1.1.
De inspecteur heeft in het verweerschrift gesteld dat geen bezwaren of verzoeken over omzetbelasting voor de tijdvakken gelegen in de jaren 2018 tot en met 2025 bekend zijn, waarop nog niet is beslist of gereageerd. De heffing van omzetbelasting over deze tijdvakken staat volgens de inspecteur onherroepelijk vast.
1.2.
Belanghebbende heeft op het verweerschrift gereageerd en verwijst naar een brief van de ontvanger van 13 november 2025 over de verrekening van een openstaand bedrag. Ook gaat belanghebbende in op de beslaglegging van een auto.
1.3.
De rechtbank verklaart zich kennelijk onbevoegd. Daarom doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Beoordeling door de rechtbank

2. In het belastingrecht geldt een gesloten stelsel van rechtsbescherming. Dit stelsel houdt in dat alleen bezwaar en beroep mogelijk is indien – voor zover hier van belang – sprake is van een voor bezwaar vatbare beschikking. [1] Een beschikking is voor bezwaar vatbaar als deze beschikking in een belastingwet als zodanig wordt aangemerkt. Dit gesloten stelsel van rechtsbescherming kan meebrengen dat geen beroep bij de belastingrechter mogelijk is; wel kan een geschil aan de burgerlijke rechter worden voorgelegd.
2.1.
Belanghebbende komt niet op tegen een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking. Bij de inspecteur is geen openstaand bezwaar of verzoek bekend. Uit de reactie van belanghebbende op het verweerschrift volgt dat belanghebbende het niet eens is met de beslaglegging van een auto en de verrekening van een openstaand bedrag.
2.2.
De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet. [2] Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De beslissing tot verrekening van bedragen, een brief over openstaande bedragen of beslaglegging vallen niet onder een van de uitzonderingen. Omdat geen beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk om beroep in te stellen wegens niet tijdig beslissen door de ontvanger. Een geschil over beslaglegging, de verrekening van bedragen of over openstaande bedragen kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.
2.3.
De belastingrechter is dus niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de beslaglegging, verrekening of de openstaande bedragen. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht terug.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart zich onbevoegd;
  • draagt de griffier op het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 385,- aan hem te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 26 van Pro de AWR in samenhang met artikel 7:1 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 8:5 van Pro de Awb en artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt Pro de Invorderingswet 1990 genoemd.