ECLI:NL:RBZWB:2026:105

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/6024
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 AwbArt. 236 Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij parkeerbelasting

Belanghebbende diende op 27 september 2025 een bezwaarschrift in tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De heffingsambtenaar van de gemeente Breda moest binnen het kalenderjaar 2025 op dit bezwaar beslissen, dus uiterlijk 31 december 2025.

Belanghebbende stuurde op 9 november 2025 een ingebrekestelling per e-mail om alsnog binnen twee weken een beslissing te verkrijgen. Omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken, was deze ingebrekestelling te vroeg verzonden.

Volgens artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is een beroep tegen het niet tijdig beslissen alleen ontvankelijk indien de ingebrekestelling na het verstrijken van de beslistermijn is gedaan. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en kan het beroep inhoudelijk niet beoordelen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 januari 2026. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is verzonden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/6024

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat belanghebbende heeft ingesteld, omdat de heffingsambtenaar volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 27 september 2025 tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1] Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen.
Is het beroep ontvankelijk?
2.1.
Belanghebbende heeft het bezwaarschrift ingediend op 27 september 2025. De heffingsambtenaar moet op het bezwaarschrift beslissen in het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ontvangen. [2] In dit geval eindigt de beslistermijn op 31 december 2025. Belanghebbende heeft de heffingsambtenaar op 9 november 2025 een e-mail gestuurd met het onderwerp ‘ingebrekestelling’. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken.
2.2.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 12 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
2.Dit staat in artikel 236 van Pro de Gemeentewet.