ECLI:NL:RBZWB:2026:1030

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
02-086208-21
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e SrWet Schuldsanering Natuurlijke Personen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging tbs met voorwaarden en wijziging alcoholcontrole na zware mishandeling

Betrokkene is sinds 16 februari 2022 ter beschikking gesteld (tbs) wegens zware mishandeling en mishandeling. De tbs is eerder verlengd met twee jaar in 2024 met voorwaarden omtrent gedrag en financiën.

In januari 2026 verzocht het openbaar ministerie om verlenging van de tbs met twee jaar en aanpassing van het middelenverbod naar meewerken aan middelencontrole. De reclassering adviseerde verlenging met twee jaar vanwege instabiliteit en verslavingsproblematiek, met gecontroleerd alcoholgebruik. De psycholoog adviseerde verlenging met één jaar, gezien de positieve ontwikkelingen maar ook de kwetsbaarheden.

De rechtbank oordeelt dat het recidivegevaar nog aanwezig is en verlengt de tbs met één jaar, met een aangepaste voorwaarde waarbij het alcoholverbod wordt opgeheven en vervangen door gecontroleerd alcoholgebruik onder toezicht. Het drugsverbod blijft gehandhaafd. Deze beslissing is genomen met het oog op proportionaliteit en subsidiariteit, zodat betrokkene verdere stappen kan zetten in zijn behandeling.

Uitkomst: De tbs met voorwaarden wordt met één jaar verlengd en het alcoholverbod wordt gewijzigd in gecontroleerd alcoholgebruik onder toezicht, terwijl het drugsverbod gehandhaafd blijft.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-086208-21
Beslissing van de meervoudige kamer van 19 februari 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,
wonende te [woonadres] ,
hierna: betrokkene,
raadsman mr. N.M. van Wersch, advocaat te Amsterdam.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 16 februari 2022 is de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) van betrokkene gelast met voorwaarden betreffende zijn gedrag. De tbs is gelast ter zake van zware mishandeling en mishandeling, meermalen gepleegd. De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De termijn van de tbs is aangevangen op 16 februari 2022.
Bij beslissing van deze rechtbank van 28 februari 2024 is de tbs laatstelijk verlengd voor een termijn van twee jaar. De rechtbank heeft bij die beslissing de aan betrokkene opgelegde voorwaarden betreffende zijn gedrag gewijzigd, in die zin dat de volgende voorwaarde aan de reeds geldende voorwaarden is toegevoegd:
* betrokkene geeft de reclassering en betrokken hulpverlening inzicht in zijn financiën en,
indien aanwezig, schulden. Mocht het noodzakelijk zijn dan werkt hij mee aan het aflossen
van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken
aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of
bewindvoering.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 5 januari 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met voorwaarden met twee jaar met aanpassing van een voorwaarde, in die zin dat het huidige ‘middelenverbod’ wordt vervangen door het ‘meewerken aan middelencontrole’, zoals beschreven in het advies van de reclassering van 18 december 2025.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 5 februari 2026 behandeld. De officier van justitie mr. M.C. Fimerius is gehoord. Daarnaast is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman.
Verder is als deskundige gehoord [persoon 1] , toezichthouder bij Reclassering Nederland.

3.Adviezen

3.1.
Advies psycholoog
Uit het rapport van forensisch psycholoog [persoon 2] van 24 november 2025 blijkt dat er bij betrokkene sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, borderline en narcistische kenmerken. Verder is er sprake van verslavingspathologie. De kans op recidive onder de huidige omstandigheden is laag. De kans op een gewelddadige recidive neemt toe als betrokkene uit zorg is, zich niet kan handhaven en middelen gaat gebruiken. Zijn zelfregulatie neemt dan af en hij wordt impulsiever. Bij (vermeende) krenkingen kan hij dan agressie laten zien. Hij kan vanuit zijn persoonlijkheidsstoornis onverschillig worden ten opzichte van anderen. Uit zorg onder ongunstige omstandigheden is de kans op gewelddadig gedrag uiteindelijk matig/hoog te noemen. Betrokkene kan nog profiteren van behandeling, waardoor de kans op recidive uit zorg kan afnemen naar laag. Hij kan door de ambulante behandeling meer zelfinzicht krijgen en het toezicht behoedt hem voor het maken van fouten. De huidige behandeling en het toezicht kunnen wel wat intensiteit betreft worden afgebouwd om te kijken hoe betrokkene daarop reageert. Het geeft betrokkene ook meer bewegingsvrijheid. Een reis naar het buitenland zou ook tot de mogelijkheden behoren als de reclassering daarmee kan instemmen. Verder verdient het aanbeveling om betrokkene de komende periode te laten oefenen met gereguleerd alcoholgebruik. Met toezicht kan worden bijgestuurd als blijkt dat betrokkene daar onvoldoende toe in staat is. Verlenging van de maatregel voor de duur van een jaar lijkt nu het meest opportuun en zonder problemen komt dan het einde van de maatregel in zicht. Gezien de belaste voorgeschiedenis van betrokkene lijkt dit wel een vrij optimistisch scenario en in dat licht lijkt verlenging van de maatregel met twee jaar ook opportuun, maar dat maakt wel dat betrokkene zichzelf op de korte termijn onvoldoende kan bewijzen. Dat is iets waar hij juist behoefte aan heeft. Geadviseerd wordt dan ook om de huidige maatregel met één jaar te verlengen.
3.2.
Advies reclassering
De reclassering heeft in het rapport van 18 december 2025 verslag gedaan over de voortgang van de maatregel en heeft geadviseerd om de tbs met voorwaarden te verlengen met twee jaar. Zij heeft daartoe het volgende geschreven in haar rapport.
De afgelopen twee jaar kende het toezicht een roerig verloop. Om die reden werd er dan ook een strak ambulant kader ingezet gericht op gedragsverandering en risicobeheersing. De afgelopen maanden zijn overwegend positief verlopen. Betrokkene verscheen tijdig op de meldplichtafspraken, leek openheid van zaken te geven en stelde zich coöperatief op tijdens de wekelijkse behandelgesprekken. Wel werd opgemerkt dat betrokkene het in deze korte periode moeilijk leek te vinden om zaken ‘vast te houden’. Er zijn in een korte periode meerdere wisselingen geweest in werk en relaties en hij kwam uiteindelijk zonder werk te zitten. Het ontbreken van structuur zorgde ervoor dat hij chaotischer werd en zaken minder goed wist te overzien. Risicomanagement bestond onder andere uit ambulante behandeling, reclasseringstoezicht en uit het afnemen van middelencontroles.
Betrokkene heeft de wens om na de maatregel ‘sociaal alcohol te drinken’.
Het drinken van alcohol en gebruik van middelen werd tijdens zijn traject beschouwd als risicovol en als eerste tekenen van afglijden. In december 2025 heeft hij opgebiecht dat hij in een weekend alcohol had gedronken en drugs had gebruikt, wat betekent dat hij zijn alcohol- en drugsverbod had overtreden.
Hij heeft voor zijn gevoel alles onder controle, maar kent een belast verleden en is gekend met verslavingsproblematiek. Het wordt van essentieel belang geacht om dit gecontroleerd te oefenen gedurende de maatregel. Kortom, betrokkene heeft veel stappen gezet in de behandeling, maar heeft ook een langdurige beladen voorgeschiedenis, waar nog maar een beperkte ‘stabiele’ periode tegenover staat. Betrokkene staat nog in het begin van het ambulante behandeltraject en er kan nog winst worden behaald om te werken aan de stabiliteit op de leefgebieden.
Gelet op de korte duur van het ambulante traject, de winst die nog uit de behandeling valt te halen en het niet vasthouden van stabiliteit op meerdere leefgebieden is een verlenging met twee jaar dan ook gepast. Betrokkene kan dan ook worden ondersteund bij het opbouwen (en vasthouden) van zijn leven, waarin voldoende forensische scherpte aanwezig is. Ten behoeve van de verlenging wordt aanpassing geadviseerd van het drugs- en alcoholverbod. De reclassering zou het gebruik van alcohol en drugs op een meer gecontroleerde wijze willen toestaan en willen kunnen blijven monitoren. Betrokkene heeft meerdere keren aangegeven dat hij na het eindigen van de maatregel weer alcohol zal gaan drinken. Binnen het huidige kader zou de reclassering betrokkene hiermee graag laten oefenen.
Ter zitting heeft de deskundige daaraan het volgende toegevoegd. Ondanks dat het sinds de periode dat betrokkene op zichzelf woont, goed is gegaan, ziet de reclassering instabiliteit op de leefgebieden terug. Dit ziet bijvoorbeeld op het feit dat hij meerdere keren is gewisseld van baan. Daarnaast vormt het middelengebruik ook een probleem. Na verzending van het advies van de reclassering bleek dat betrokkene gedurende een langere periode drugs had gebruikt. Vanwege de instabiliteit op de leefgebieden en de verslavingsproblematiek is het belangrijk om het alcohol- en drugsgebruik te monitoren. Gelet daarop en gelet op het feit dat de ambulante behandeling nog niet echt van de grond is gekomen, blijft de reclassering bij het advies om de tbs te verlengen met twee jaar. De aanpassing van de voorwaarde vormt een stok achter de deur.

4.Standpunt van partijen

4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven. Ten aanzien van de aanpassing van het drugs- en alcoholverbod stelt zij zich op een ander standpunt dan in de vordering is beschreven. Zij vordert het drugsverbod te handhaven en alleen een aanpassing van het alcoholverbod. Ten aanzien van het alcoholgebruik moet betrokkene zich dan bewijzen. Hij moet blijven meewerken aan controle van het gebruik van alcohol en drugs.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De mate waarin betrokkene nu functioneert en zijn zaken goed op orde lijkt te hebben, rechtvaardigt om over één jaar te kijken of zijn positieve ontwikkeling doorzet en de tbs kan worden beëindigd. Verlenging met één jaar geeft betrokkene een ‘prikkel’ om zich het komende jaar nog beter in te zetten voor zijn behandeltraject dan hij nu al doet. Het verzoek is de tbs dan ook met één jaar te verlengen.
Verder kan zij zich vinden in de aanpassing van het drugs- en alcoholverbod, zoals door de reclassering is geadviseerd. De aanpassing is, gelet op zijn verleden, ook realistisch.

5.Beoordeling

De rechtbank is bevoegd om van de vordering kennis te nemen, omdat zij in eerste aanleg kennis heeft genomen van de misdrijven ter zake waarvan de tbs is gelast.
De vordering tot verlenging van de tbs is tijdig, dat wil zeggen niet eerder dan twee maanden en niet later dan één maand voor het tijdstip waarop de tbs door tijdsverloop zal eindigen, ingediend. De officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de tbs met voorwaarden eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de psycholoog en het advies van de reclassering wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium. De rechtbank zal de tbs van betrokkene daarom verlengen.
Met betrekking tot de vraag of de tbs met één of met twee jaar moet worden verlengd, overweegt de rechtbank als volgt. Het uitgangspunt van de rechtbank is dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar, de tbs – behoudens bijzondere omstandigheden – moet worden verlengd met een termijn van twee jaar.
De rechtbank stelt vast dat de reclassering heeft geadviseerd om de tbs met twee jaar te verlengen en dat de psycholoog heeft geadviseerd om de tbs met één jaar te verlengen. Uit de inlichtingen van de reclassering en de psycholoog en uit wat ter zitting is besproken, blijkt dat betrokkene ondanks instabiliteit op leefgebieden en overtreding van het drugs- en alcoholverbod stappen heeft gemaakt en dat er sprake is van een overwegend positief verloop in de afgelopen maanden. Sinds juli 2025 is hij zelfstandig gaan wonen en is hij gestart met ambulante behandeling bij Forensische Zorg Zeeland. Ook deze overgang kent een overwegend positief verloop. De rechtbank ziet in het voorgaande aanleiding om van het hiervoor genoemde uitgangspunt af te wijken. De rechtbank acht het vanuit het oogpunt van proportionaliteit en subsidiariteit van belang om de verlenging van de tbs te beperken tot één jaar. De rechtbank zal de tbs met voorwaarden van betrokkene dan ook met één jaar verlengen. In dat jaar kan betrokkene verdere stappen zetten binnen zijn behandeltraject en de positieve lijn doorzetten.
Verder is de rechtbank van oordeel dat de gestelde voorwaarden moeten worden aangepast, in die zin dat het alcoholverbod wordt opgeheven en wordt gewijzigd in de door de reclassering geadviseerde aanpassing, met dien verstande dat die aanpassing alleen ziet op het alcoholgebruik. De rechtbank ziet namelijk in de verleiding tot het drugsgebruik en de mogelijke risico’s die daaruit voortvloeien geen aanleiding om het drugsverbod op te heffen. Daar komt bij dat betrokkene ook ter zitting heeft aangegeven dat hij met name wenst dat hij alcohol op een verantwoorde wijze kan gebruiken en dat zijn wens niet zozeer betrekking heeft op het drugsgebruik. Dit verbod blijft dan ook gelden.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de tbs met voorwaarden met
1 (één) jaar;
wijzigtde bij vonnis van deze rechtbank van 16 februari 2022 aan betrokkene opgelegde voorwaarden betreffende zijn gedrag, in die zin dat de volgende voorwaarde wordt opgeheven:
* betrokkene dient zich op het gebied van alcoholgebruik te houden aan de richtlijnen van de reclassering, ook ingeval dit inhoudt volledige abstinentie. Hij werkt mee aan controle op dit alcoholverbod. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest);
en wordt gewijzigd in de volgende voorwaarde:
* betrokkene werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol om het alcoholgebruik te beheersen. Hij dient zich op het gebied van alcohol te houden aan de richtlijnen van de reclassering, ook wanneer dit inhoudt volledige abstinentie. Hij dient actief mee te werken aan de controle hierop door middel van blaastesten en/of urinecontroles;
wijst afhet meer of anders gevorderde of verzochte.
Deze beslissing is genomen door mr. L.W. Louwerse, voorzitter, mr. G.H. Nomes en
mr. B. Akdikan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Huwae, griffier en is
uitgesproken ter openbare zitting op 19 februari 2026.