ECLI:NL:RBZWB:2026:101

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
BRE 24/6115
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens ontbreken van gronden en uittreksel handelsregister

Op 12 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen [belanghebbende] B.V. en de inspecteur van de Belastingdienst. Het beroep van belanghebbende betreft een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting over het jaar 2018. De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat de gemachtigde van belanghebbende de gronden van het beroep niet heeft vermeld en er geen uittreksel uit het handelsregister is ingediend. Dit is in strijd met de vereisten van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor de rechtbank zonder zitting uitspraak kon doen.

De rechtbank heeft de gemachtigde meerdere keren de gelegenheid gegeven om de ontbrekende gronden en het uittreksel in te dienen, maar deze zijn niet tijdig aangeleverd. De rechtbank heeft geconcludeerd dat er geen verontschuldiging voor deze verzuimen is gegeven, waardoor het beroep niet inhoudelijk kon worden beoordeeld. De rechtbank heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/6115

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V., uit [woonplaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 12 juli 2024. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting over het jaar 2018 met aanslagnummer [aanslagnummer] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat gemachtigde de gronden van het beroep niet heeft vermeld en er geen uittreksel uit het handelsregister is ingediend. Deze verzuimen zijn door gemachtigde niet tijdig hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. [1] Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Daarnaast dient iemand die namens een ander beroep instelt, op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [2] Ook dient er een uittreksel uit het handelsregister te worden ingediend waaruit blijkt wie als uiteindelijk bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen of een machtiging te verlenen als het gaat om een niet-natuurlijk persoon. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. [3]
Heeft belanghebbende de gronden en een uittreksel uit het handelsregister tijdig ingediend?
4. Gemachtigde heeft bij het indienen van het beroepschrift geen gronden vermeld. Hij heeft verzocht om uitstel om beroepsgronden in te dienen. De rechtbank heeft gemachtigde in haar bericht van 28 augustus 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Daarnaast heeft de rechtbank tevens verzocht om een uittreksel uit het handelsregister in te dienen waaruit blijkt wie als bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen en een machtiging te verlenen. De griffier heeft vervolgens op 20 november 2024 in het digitaal dossier van gemachtigde een bericht geplaatst. Gemachtigde is hierbij nogmaals in de gelegenheid gesteld om gronden en een uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel aan te leveren binnen twee weken na dagtekening van het bericht. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan de gemachtigde van belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende dit bericht op 20 november 2024 heeft ontvangen. [4] Gemachtigde heeft binnen die termijn geen gronden en geen uittreksel uit het handelsregister bij de Kamer van Koophandel ingediend.
Is het niet tijdig vermelden van de gronden en het indienen van een uittreksel uit het handelsregister verontschuldigbaar?
5. Gemachtigde heeft geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus geen verontschuldiging voor deze verzuimen gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Dekkers, griffier, op 12 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
3.Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.
4.Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).