ECLI:NL:RBZWB:2025:994
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij weigering bijstandsuitkering Participatiewet
Verzoekster, een alleenstaande moeder met twee jonge kinderen, maakte bezwaar tegen de weigering van een bijstandsuitkering en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat een louter financieel belang geen reden is voor een voorlopige voorziening, tenzij er onomkeerbare gevolgen dreigen.
Hoewel verzoekster financiële problemen had, waaronder een negatief vermogen en achterstanden, bleek dat zij eind januari 2025 een voorschot op de bijstand ontving en dat zij maandelijks kinderalimentatie en toeslagen ontvangt die samen rond de bijstandsnorm liggen. Tevens is een regeling getroffen voor haar huurachterstand.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het spoedeisend belang ontbrak en dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet bedoeld is om de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen. Daarom werden de verzoeken afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.