ECLI:NL:RBZWB:2025:9713

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
11757682 CV EXPL 25-2081 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Badal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling huur en lediging containers toegewezen ondanks verweer ontbinding en opzegging

Partijen sloten in 2011 een overeenkomst voor huur en lediging van containers, die stilzwijgend telkens met twee jaar werd verlengd. In 2012 stuurde eiseres een nieuwe overeenkomst met lagere prijs, niet ondertekend door gedaagde, maar met dezelfde voorwaarden.

Gedaagde klaagde vanaf 2018 over geluidsoverlast bij lediging, maar er werden geen nieuwe afspraken gemaakt over ledigingstijden. In 2024 wilde gedaagde de overeenkomst beëindigen, maar eiseres bevestigde dat deze doorliep tot 1 oktober 2024. Gedaagde betaalde slechts gedeeltelijk de factuur over juli-september 2024.

Gedaagde stelde dat de overeenkomst was ontbonden wegens tekortkoming van eiseres en dat de opzegtermijn onredelijk was. De kantonrechter oordeelde dat er geen tekortkoming was omdat lediging in de vroege ochtend was toegestaan en dat de opzegtermijn van drie maanden niet onaanvaardbaar was. Ook was er bewijs dat diensten tot de einddatum werden verleend.

De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van het openstaande bedrag, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, en wees het overige af. De proceskosten werden eveneens aan eiseres toegewezen.

Uitkomst: De vordering tot betaling van huur en lediging van containers wordt toegewezen en het verweer over ontbinding en opzegging wordt verworpen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11757682 \ CV EXPL 25-2081
Vonnis van 17 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V.,
gevestigd te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
gemachtigde: mr. A.B. Robijn,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A.W.S. WARMTE- EN KOELTECHNIEK B.V.,
gevestigd te Breda,
gedaagde partij,
hierna te noemen: AWS,
gemachtigde: mr. L.J.P.E. Donckers-Corten.

1.De zaak in het kort

Het gaat in deze zaak om een vordering van [eiseres] voor huur en lediging van containers. AWS voert als verweer hiertegen (primair) aan dat zij de overeenkomst heeft ontbonden dan wel opgezegd waardoor deze medio augustus 2024 is geëindigd. Subsidiair voert AWS aan dat de opzegtermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De kantonrechter gaat voorbij aan de verweren van AWS en wijst de vordering van [eiseres] toe. Hierna zal worden uitgelegd waarom.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 juni 2025 met producties 1 tot en met 7;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 17;
- de conclusie van repliek met producties 8 tot en met 13;
- de conclusie van dupliek met producties 11 tot en met 13;
- de akte uitlaten producties van [eiseres].
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Op 29 juni 2011 hebben partijen een overeenkomst gesloten voor huur en lediging van containers voor drie jaar met ingang van 1 juli 2011. Partijen hebben die overeenkomst getekend. Bij het sluiten van de overeenkomst zijn “huurbepalingen containers” en “algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden [eiseres]” van toepassing verklaard.
3.2.
In artikel 1.0 van de huurbepalingen containers is het volgende vermeld:
in geval sprake is van een duurovereenkomst wordt deze telkens met twee jaar verlengd, behoudens opzegging door middel van aangetekend schrijven, die uitsluitend rechtsgeldig kan plaatsvinden door opzegging met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden voor het einde van de contractsdatum.
3.3.
Op 17 december 2012 heeft [eiseres] een nieuwe overeenkomst gestuurd aan AWS voor huur en lediging van containers voor drie jaar met ingang van 1 januari 2013 voor een lagere prijs. Die overeenkomst is niet getekend namens AMS. In de overeenkomst zijn dezelfde huurbepalingen en algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden van toepassing verklaard als vermeld in de eerdere overeenkomst.
3.4.
Vanaf 2018 heeft AWS regelmatig bij [eiseres] geklaagd over geluidsoverlast bij het ledigen van containers op haar terrein en het te vroeg ledigen van containers. [eiseres] heeft als reactie daarop meerdere keren toegezegd haar best te doen de overlast te beperken, maar niet steeds voorkomen dat de containers bij AWS voor 7.00 uur ’s ochtends werden geledigd.
3.5.
In de periode februari 2024 tot en met juni 2024 is er tussen partijen contact over het door AWS willen beëindigen van de overeenkomst. Bij brief van 19 juni 2024 heeft [eiseres] aan AWS beëindiging van de overeenkomst bevestigd en medegedeeld dat deze tot en met 1 oktober 2024 doorloopt.
3.6.
Op 8 juli 2024 heeft [eiseres] een factuur gestuurd aan AWS voor huur en lediging van containers in de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 september 2024 voor € 2.165,30. AWS heeft op de factuur een bedrag van € 1.165,93 betaald waardoor er nog een bedrag van € 999,37 open staat. AWS heeft dat bedrag ondanks aanmaningen niet betaald.
3.7.
Bij e-mail van 13 augustus 2024 heeft AWS aan [eiseres] verzocht de containers op te halen en medegedeeld dat de kosten tot die week nog worden betaald en het dan klaar is met de dienstverlening bij AWS. Als reactie daarop heeft [eiseres] bij e-mail van 14 augustus 2024 aan AWS medegedeeld dat er uit coulance bereidheid is om de overeenkomst per 1 oktober 2024 te beëindigen omdat de overeenkomst eigenlijk loopt tot 1 januari 2025.

4.Het geschil

4.1.
[eiseres] vordert dat AWS wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1.237,53 vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 999,37 vanaf 9 mei 2025 tot de dag van betaling en met veroordeling van AWS in de kosten van de procedure, vermeerderd met wettelijke rente.
4.2.
AWS voert verweer. AWS concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres], dan wel tot afwijzing van de vordering van [eiseres], met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Overeenkomst
5.1.
AWS voert aan de overeenkomst van 17 december 2012 destijds niet ontvangen en niet getekend te hebben. AWS verbindt aan die stelling echter geen rechtsgevolgen en betwist niet (althans onvoldoende) dat de overeenkomst van 17 december 2012, behoudens de prijs, dezelfde afspraken kent als de getekende overeenkomst van 29 juni 2011. De kantonrechter gaat er dan ook vanuit dat AWS gebonden is aan de voorwaarden als vermeld in de overeenkomst van 17 december 2012. [eiseres] kon en mocht daar ook vanuit gaan gezien de eerder door AWS getekende overeenkomst.
5.2.
Kern van het geschil is tussen partijen of de overeenkomst tussen partijen al in augustus 2024 is beëindigd door ontbinding of opzegging door AWS.
Ontbinding?
5.3.
AWS beroept zich op ontbinding van de overeenkomst. Voor een rechtsgeldig beroep op ontbinding dient er allereerst sprake te zijn van een tekortkoming van [eiseres]. AWS stelt dat de tekortkoming van [eiseres] eruit bestaat dat zij te vroeg bleef ledigen en ze niet voornemens was het ledigingstijdstip aan te passen waardoor zij zonder ingebrekestelling in verzuim is.
5.4.
[eiseres] betwist dat AWS de overeenkomst kon ontbinden omdat er geen afspraken zijn gemaakt over het tijdstip van ledigen of over overlast. [eiseres] stelt dat zij geprobeerd heeft haar werkzaamheden aan te passen aan de wensen van AWS, maar zich steeds gehouden heeft aan afspraken uit de overeenkomst.
5.5.
De kantonrechter stelt vast dat in de overeenkomst niets is vermeld over het niet mogen veroorzaken van overlast bij ledigen of het tijdstip van ledigen. [eiseres] was het dan ook toegestaan in de vroege ochtend te ledigen, wat kennelijk met enige regelmaat voorkwam. De kantonrechter kan zich voorstellen dat AWS problemen had met ledigen voor 7 uur ’s ochtends omdat zij in een woonwijk gevestigd is, maar hierover had AWS dan nieuwe afspraken met [eiseres] moeten maken en die zijn niet gemaakt. Er is van de zijde van [eiseres] enkel toegezegd zoveel mogelijk rekening te houden met het ledigingstijdstip. Omdat geen sprake is van een tekortkoming van [eiseres] kan AWS zich niet beroepen op ontbinding van de overeenkomst.
Opzegging?
5.6.
AWS voert daarnaast aan dat opzegging tot een beëindiging in augustus 2024 leidt omdat zij al in februari 2024 aan [eiseres] kenbaar had gemaakt de overeenkomst te willen beëindigen. De overeenkomst vermeldt echter dat opzegging drie maanden voor het einde van de contractdatum dient plaats te vinden. Hierdoor heeft AWS de overeenkomst (met haar berichten aan [eiseres] vanaf februari 2024) eerst per 1 januari 2025 kunnen opzeggen. Uit coulance heeft [eiseres] ingestemd met beëindiging per 1 oktober 2024.
Opzegtermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?
5.7.
AWS beroept zich erop dat de opzegtermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
5.8.
Een beroep op wat partijen zijn overeengekomen kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn, maar daaraan moeten zware eisen worden gesteld en de rechter dient bij toepassing daarvan de nodige terughoudendheid te betrachten. De kantonrechter is van oordeel dat AWS onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die ertoe leiden dat de overeengekomen opzegtermijn naar maatstaven van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Partijen zijn zakelijke partijen en in het handelsverkeer is een opzegtermijn van drie maanden voor het einde van de contractsdatum niet ongewoon. De door AWS overgelegde brieven van de Omgevingsdienst van 2019 en 2020 waarin staat dat met geluidsoverlast voor 7.00 uur het Activiteitenbesluit Milieubeheer wordt overtreden, maken het voorgaande niet anders. Uit die brieven blijkt ook niet dat de gestelde geluidsoverlast zag op lediging van containers door [eiseres]. Het verweer van [eiseres] dat de opzegtermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, slaagt dan ook niet.
Diensten verleend over laatste periode?
5.9.
AWS voert als verweer nog aan dat er geen diensten meer zijn verleend over de resterende periode tot 1 oktober 2024 en [eiseres] daarmee kosten heeft bespaard. Na dit verweer heeft [eiseres] een overzicht overgelegd van ledigingen in de laatste periode (productie 13 conclusie van repliek) waaruit blijkt dat zij wel bij AWS is geweest om te ledigen. AWS heeft niet, althans onvoldoende, betwist dat [eiseres] bij haar is geweest om te ledigen. Het eventuele feit dat [eiseres] niet kon ledigen omdat er geen afval werd aangeboden door AWS, zoals AWS aanvoert, doet niet af aan de betalingsverplichting van AWS tot de einddatum van het contract.
5.10.
Het voorgaande leidt ertoe dat AWS het gevorderde bedrag van € 999,37 nog verschuldigd is. Dit bedrag zal worden toegewezen.
Wettelijke rente
5.11.
De door [eiseres] gevorderde wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW tot en met 8 mei 2025 van € 88,25 zal als onweersproken worden toegewezen. Daarnaast zal de gevorderde wettelijke handelsrente over het bedrag van € 999,37 vanaf 9 mei 2025 tot de dag van volledige betaling worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.12.
[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiseres] heeft daarom recht op het gevorderde bedrag van € 149,91 dat conform het tarief als vermeld in het Besluit is en dat bedrag zal worden toegewezen.
Proceskosten
5.13.
AWS is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
337,50
(2,5 punten × € 135,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
867,35
5.14.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal ook worden toegewezen.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
veroordeelt AWS om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 1.237,53, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 999,37 vanaf 9 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt AWS in de proceskosten van € 867,35 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als AWS niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt AWS tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Badal en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.