ECLI:NL:RBZWB:2025:9701

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
11597726 \ MB VERZ 25-216
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen verkeersboete wegens rijden op het trottoir met matiging van de boete tot nihil

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete. De betrokkene had een administratieve sanctie opgelegd gekregen voor het rijden op het trottoir op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 5 juli 2024. De betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, die het beroep ongegrond had verklaard. Tijdens de zitting heeft de betrokkene aangevoerd dat de schouwrapporten onvolledig zijn en dat de bebording niet goed zichtbaar was vanuit de Korte Tuinstraat. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht om de boete te matigen tot nihil, omdat de gedraging voldoende kon worden vastgesteld op basis van de foto’s in het dossier. De kantonrechter heeft zich ter plaatse georiënteerd via Google Streetview en vastgesteld dat de bebording niet goed zichtbaar was voor de weggebruiker. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de betrokkene geen verwijt kan worden gemaakt en heeft de boete gematigd tot nihil. De beslissing van de officier van justitie is gewijzigd en het teveel betaalde bedrag van € 189,- moet aan de betrokkene worden terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 11597726 \ MB VERZ 25-216
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 25 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens betrokkene is [naam] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 5 juli 2024 om 16:17 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de schouwrapporten onvolledig zijn. In het schouwrapport wordt niet vermeld/en of op de foto getoond hoe zichtbaar de bebording is wanneer men uit de Korte Tuinstraat komt. Betrokkene heeft een foto toegevoegd aan het beroepschrift waarop duidelijk te zien is dat het verplicht is linksaf te slaan (witte pijl op blauwe achtergrond), uitgezonderd voor fietsers. De bebording dat het een voetgangersgebied betreft dat je op dat moment inrijdt is vanuit de Korte Tuinstraat niet zichtbaar geplaatst. Bijgevolg kon betrokkene, komende vanuit de Korte Tuinstraat, niet zien dat hij een overtreding beging door links af te draaien.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij wel een vooraankondigingsbord heeft gezien.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het sanctiebedrag te matigen tot nihil en het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren. De gedraging kan voldoende worden vastgesteld op basis van de foto’s in het dossier. Het bord op grond waarvan bestuurders, met uitzondering van fietsers, linksaf moeten slaan, staat haaks op het bord met het inrijverbod (G7 RVV 1990). De zittingsvertegenwoordiger begrijpt dan ook dat betrokkene het bord met het inrijverbod niet heeft kunnen zien, komende vanuit de Korte Tuinstraat.

Overwegingen

Het dossier bevat een foto van de gedraging. De gedraging is vastgesteld met behulp van een flitspaal, waarbij is opgemerkt dat de juiste plaatsing van de verkeersborden maandelijks wordt geschouwd. Het dossier bevat twee schouwrapporten die dateren van 20 juni 2024 en 11 juli 2024. De gedraging kan dan ook voldoende worden vastgesteld.
De kantonrechter is van oordeel dat de gedraging in dit geval is verricht onder zodanige omstandigheden dat betrokkene hiervan geen verwijt kan worden gemaakt en overweegt daartoe als volgt.
In beginsel zijn alle weggebruikers verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden en het is de eigen verantwoordelijkheid van de bestuurder om goed op te letten op die verkeersborden en de verkeersregels in acht te nemen. De kantonrechter heeft zich ter plaatse georiënteerd via Google Streetview. Daaruit blijkt dat, komende vanuit de Korte Tuinstraat, een bord staat dat bestuurders verplicht linksaf te slaan. Dit bord staat haaks op het G7 RVV 1990 bord.
Komende vanaf de Korte Tuinstraat zoals betrokkene, zie je de zijkant van de bebording die aangeeft dat er een inrijverbod geldt. Het bord zelf is gelet op zijn plaatsing, te weten helemaal vooraan aan de inrit aan de rechterkant, niet, althans onvoldoende, zichtbaar vanaf de Korte Tuinstraat. Dat zou anders zijn geweest indien de bebording bijvoorbeeld een paar meter na de inrit zou zijn geplaatst, dan wel met een bepaalde hoek zou zijn geplaatst, zodat deze ook komende vanaf de Korte Tuinstraat goed zichtbaar zou zijn voor de weggebruiker. Alleen een vooraankondigingsbord op een eerder moment in de Korte Tuinstraat is in deze situatie onvoldoende. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om het bedrag van de sanctie te matigen tot nihil.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 189,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: