Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de akte van VGZ
- de akte van [gedaagde].
2.Het geschil
3.De beoordeling
€ 300,59toewijsbaar.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
VGZ heeft een zorgverzekeringsovereenkomst met [gedaagde] en vordert betaling van onbetaalde premies en declaraties uit de jaren 2010 tot en met 2019. Eerder is een deel van de vordering toegewezen en voldaan, maar het restant bleef onbetaald. [gedaagde] voert verjaring aan voor de oudere vorderingen en betwist ontvangst van aanmaningen.
De kantonrechter overweegt dat de verjaringstermijn van vijf jaar geldt en dat stuiting van verjaring vereist dat aanmaningen de debiteur bereiken. Omdat VGZ de brieven niet aangetekend verzond, kan niet worden vastgesteld dat deze daadwerkelijk zijn ontvangen, waardoor de verjaring voor de oudere premies en declaraties niet is gestuit.
Voor de declaraties uit 2019 is de verjaring wel gestuit door een brief die [gedaagde] niet betwist heeft ontvangen. Daarom wordt een bedrag van €300,59 toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente. [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De vordering van VGZ wordt deels toegewezen tot €300,59 met rente, en [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.