Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het rijden met een snelheid van 6 km per uur boven de toegestane maximumsnelheid binnen de bebouwde kom op de Sloeweg te Vlissingen op 18 juli 2024 om 22:26 uur. Betrokkene stelde dat de overtreding plaatsvond in verband met een medisch noodgeval, maar heeft dit niet met bewijsstukken onderbouwd.
De officier van justitie verklaarde het beroep tegen de boete reeds ongegrond. Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 21 november 2025 werd vastgesteld dat de overtreding vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en de bijbehorende foto’s.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt, tenzij betrokkene specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die twijfel rechtvaardigen, wat hier niet het geval was. De voortdurende verplichting om de maximumsnelheid te respecteren weegt zwaarder dan de niet-onderbouwde medische noodsituatie.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de beslissing.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens 6 km/u te hard rijden binnen de bebouwde kom is ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.