ECLI:NL:RBZWB:2025:9621

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11645940 MB VERZ 25-244
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen verkeersboete wegens overschrijding maximumsnelheid binnen bebouwde kom

Betrokkene is beboet voor het rijden met een snelheid van 6 km per uur boven de toegestane maximumsnelheid binnen de bebouwde kom op de Sloeweg te Vlissingen op 18 juli 2024 om 22:26 uur. Betrokkene stelde dat de overtreding plaatsvond in verband met een medisch noodgeval, maar heeft dit niet met bewijsstukken onderbouwd.

De officier van justitie verklaarde het beroep tegen de boete reeds ongegrond. Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 21 november 2025 werd vastgesteld dat de overtreding vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en de bijbehorende foto’s.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt, tenzij betrokkene specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die twijfel rechtvaardigen, wat hier niet het geval was. De voortdurende verplichting om de maximumsnelheid te respecteren weegt zwaarder dan de niet-onderbouwde medische noodsituatie.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de beslissing.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens 6 km/u te hard rijden binnen de bebouwde kom is ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11645940 \ MB VERZ 25-244
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 21 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 6 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1) op de Sloeweg ter hoogte van afslag Weijevlietweg te Vlissingen op 18 juli 2024 om 22:26 uur.
Betrokkene heeft te hard gereden in verband met een medisch noodgeval.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het dossier bevat een foto van de gedraging. Betrokkene ontkent de gedraging niet, maar doet een beroep op omstandigheden. Betrokkene heeft zijn stelling echter niet met stukken onderbouwd.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Op weggebruikers rust een voortdurende verplichting om zich aan de maximumsnelheid te houden.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: