Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het overschrijden van een doorgetrokken streep op de Philipsdam te Bruinisse op 14 april 2024. Tegen deze administratieve sanctie is beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens is beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de proceskostenvergoeding geen redelijke tegemoetkoming vormt en dat de maatregelen voor Mulderzaken zwaarder zijn dan voor Woz-zaken zonder dat de tijdsbelasting is onderzocht. De officier van justitie verwees naar een arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025, waarin werd bevestigd dat artikel 13a, tweede lid, Wahv geen ongerechtvaardigde ongelijke behandeling inhoudt en dat de extra wegingsfactor terecht is toegepast.
De kantonrechter oordeelde dat de verminderingsfactor van 0,25 terecht is toegepast conform artikel 13a Wahv en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel en onevenredigheid faalt wegens gebrek aan concrete onderbouwing. Omdat de beschikking na 31 december 2023 is bekendgemaakt, is de extra wegingsfactor van toepassing en is de proceskostenvergoeding van € 78,- terecht vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.