Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder het daarvoor bestemde voertuig te gebruiken. Hij stelde dat hij niet bewust fout parkeerde vanwege slechte weersomstandigheden en onduidelijke bebording door bladeren en de positie van het bord.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de rechtbank bevestigde dit na behandeling op zitting. De verklaring van de verbalisant en foto’s in het dossier boden voldoende bewijs dat de overtreding had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene de nodige zorg had moeten betrachten om te controleren of parkeren toegestaan was. Het missen van de bebording kwam voor zijn rekening. Ook matiging van de boete werd afgewezen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.