ECLI:NL:RBZWB:2025:9553

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
11454781 MB VERZ 24-1723
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onvoldoende bewijs doorgaan bij rood licht

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht dat op rood stond op de Emerparklaan te Breda op 19 december 2023 om 08:35 uur. Betrokkene stelde dat hij niet de bestuurder was, maar zijn zoon, die volgens eigen zeggen nooit door rood rijdt. Tevens werd aangevoerd dat de exacte locatie van de vermeende overtreding onduidelijk was.

De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting werd door de zittingsvertegenwoordiger erkend dat de precieze pleeglocatie onbekend was, wat de verdedigingsmogelijkheden van betrokkene schaadde.

De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht en dat de inleidende beschikking onvoldoende informatie bevat om zich adequaat te kunnen verdedigen. Daarom werd de boete ten onrechte opgelegd, het beroep gegrond verklaard en de boete vernietigd. Het betaalde bedrag van €289,- moet worden terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11454781 \ MB VERZ 24-1723
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 13 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. Hoveijn (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Zowel betrokkene als de bestuurder van het voertuig zijn verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Emerparklaan te Breda op 19 december 2023 om 08:35 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. De zoon van betrokkene heeft het voertuig bestuurd ten tijde van de vermeende gedraging. Hij stelt dat hij nooit door rood zou rijden. Daarnaast is de bestuurder van mening dat de bewijslast bij de verbalisant ligt. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat exacte pleeglocatie van de vermeende gedraging onduidelijk is.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Nu de precieze pleeglocatie onbekend is wordt betrokkene in haar verdedigingsbelangen geschaad. Wegens proceseconomische redenen is het naar mening van de zittingsvertegenwoordiger niet nodig om een aanvullend proces-verbaal op te vragen.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat de inleidende beschikking op dit moment voor betrokkene onvoldoende informatie bevat om zich op adequate wijze te kunnen verdedigen. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 289,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: