ECLI:NL:RBZWB:2025:9552

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
11454822 MB VERZ 24-1726
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens ontbreken staandehouding

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het allegedly door rood rijden bij een verkeerslicht in Breda op 22 januari 2024. Betrokkene voerde aan dat hij door oranje reed en dat de verbalisant de gedraging mogelijk verkeerd heeft geïnterpreteerd. Hij maakte ter plaatse video-opnames van de verkeerscyclus om aan te tonen dat het licht 3,5 seconden op oranje staat, wat voldoende tijd bood om te anticiperen.

De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. De kantonrechter oordeelde dat de verbalisant ten onrechte geen staandehouding heeft verricht, terwijl dit volgens artikel 5 van Pro de Wahv verplicht is om de identiteit van de bestuurder vast te stellen. Het ontbreken van een gegronde reden om af te zien van staandehouding maakt de boete onterecht opgelegd aan de kentekenhouder.

De kantonrechter vernietigde daarom de beschikking en de beslissing van de officier van justitie en beval terugbetaling van het betaalde bedrag van €289,- aan betrokkene. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens het ontbreken van een gegronde staandehouding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11454822 \ MB VERZ 24-1726
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 13 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. Hoveijn (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Konijnenberg te Breda op 22 januari 2024 om 13:26 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat hij door oranje is gereden en vreest dat de verbalisant de gedraging geïnterpreteerd heeft op basis van het overige verkeer wat reeds van rechts kwam. Betrokkene is na de vermeende gedraging naar het betreffende verkeerslicht gereden en heeft ter plaatse tweemaal een video gemaakt van de verkeerscyclus. Hieruit kan betrokkene opmaken dat het verkeerslicht 3,5 seconden op oranje staat. Mocht betrokkene het verkeerslicht hebben gepasseerd, wat op dat moment volgens de verbalisant 3,0 seconden rood licht uitstraalde, dan was het 6,5 seconden geleden dat het licht op oranje sprong. Als betrokkene met een snelheid van 20 km/h reed betekent dat dat betrokkene op circa 36 meter afstand was toen het verkeerslicht op oranje sprong. Hieruit kan betrokkene concluderen dat er genoeg tijd was om op het verkeerslicht te anticiperen en af te remmen. Betrokkene is het dan ook oneens met de bewering van verbalisant.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Echter heeft er ten onrechte geen staandehouding plaatsgevonden. Wat verbalisant hierover heeft verklaard in het zaaksoverzicht is op zichzelf geen toereikende reden om af te zien van staandehouding. De inleidende beschikking komt voor vernietiging in aanmerking.

Overwegingen

Inhoudelijk
Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Volgens het zaaksoverzicht heeft de verbalisant afgezien van staandehouding omdat
hij niet in de gelegenheid was om een stopteken te geven. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit geen gegronde reden om van staandehouding af te zien. De boete is dan ook ten onrechte opgelegd aan de kentekenhouder.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 289,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: