Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 25 maart 2023 in Breda. Betrokkene en zijn gemachtigde stelden dat hij geen mobiel apparaat vasthield en dat hij stil stond, waardoor de gedraging niet aan alle wettelijke vereisten voldeed. Tevens werd aangevoerd dat de cautie niet correct was verleend, waardoor betrokkene in zijn verdedigingsbelang was geschaad.
De officier van justitie baseerde zich op de verklaring van de verbalisant die stelde dat betrokkene het voertuig zag optrekken terwijl hij een telefoon vasthield. Wel erkende de officier van justitie een overschrijding van de redelijke termijn en stelde voor de sanctie met 25% te matigen.
De kantonrechter oordeelde dat niet vaststaat dat de gedraging is verricht, mede vanwege de consistente ontkenning van betrokkene en het summiere proces-verbaal van de verbalisant. Er was geen aanvullend onderzoek gedaan om de situatie te verduidelijken. Daarom werd de boete ten onrechte opgelegd en werd het beroep gegrond verklaard. De boete en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd, het betaalde bedrag moest worden terugbetaald en de officier van justitie werd veroordeeld tot het betalen van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd met terugbetaling en proceskostenvergoeding.