Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]"
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete. De betrokkene had een boete ontvangen voor het rijden op een trottoir, voetpad of fietspad op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 21 april 2022. De betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, die het beroep ongegrond had verklaard. Tijdens de zitting was de gemachtigde van de betrokkene, mr. N.G.A. Voorbach, niet aanwezig, maar de zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie, E.J.T. Berkeljon, was wel aanwezig. De kantonrechter heeft de zaak inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat er onduidelijkheid bestond over de wegindeling en of er daadwerkelijk wegwerkzaamheden plaatsvonden op het moment van de gedraging. De kantonrechter heeft geoordeeld dat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat de betrokkene de gedraging had verricht, waardoor de boete ten onrechte was opgelegd. Het beroep is gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie is vernietigd en de betrokkene heeft recht op terugbetaling van de betaalde zekerheidstelling en een proceskostenvergoeding.