Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete. Betrokkene had een administratieve sanctie opgelegd gekregen voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring op de Brucknerlaan te Tilburg op 29 september 2022. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, die het beroep ongegrond had verklaard. Tijdens de zitting op 25 november 2025 is de zaak behandeld, waarbij de zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie, E.J.T. Berkeljon, aanwezig was, evenals de gemachtigde van betrokkene.
De gemachtigde heeft aangevoerd dat er ten onrechte geen staandehouding heeft plaatsgevonden en dat de verbalisant onvoldoende heeft onderbouwd waarom dit niet mogelijk was. De kantonrechter heeft overwogen dat niet is komen vast te staan dat de gedraging daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. De verklaring van de verbalisant was te summier en gaf geen inzicht in de reden waarom er geen staandehouding heeft plaatsgevonden. Hierdoor is de kantonrechter tot de conclusie gekomen dat de boete ten onrechte was opgelegd.
De uitspraak van de kantonrechter was dan ook dat het beroep gegrond werd verklaard, de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete was opgelegd werden vernietigd. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het betaalde bedrag van € 159,- aan betrokkene terug te betalen, en werd een proceskostenvergoeding van € 1.230,50 toegekend aan betrokkene. Deze uitspraak is openbaar uitgesproken en er is geen mogelijkheid tot hoger beroep tegen deze beslissing.