Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het plaatsen van een bromfiets op een niet-toegestane plek op de Spoorlaan te Tilburg op 12 oktober 2022. Betrokkene stelde dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat de huurperiode van het voertuig niet overeenkwam met het tijdstip van de boete. De officier van justitie stelde dat de verhuurder bewijs moest leveren wie de huurder was ten tijde van de gedraging.
De zaak werd aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een aanvullend proces-verbaal te overleggen, maar dit is niet gebeurd. De kantonrechter oordeelde dat er onvoldoende grond was om aan te nemen dat de gedraging had plaatsgevonden. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de boete vernietigd.
Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot het terugbetalen van de zekerheidstelling en het vergoeden van de proceskosten aan betrokkene. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van de gedraging.