Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 februari 2025;
- het bericht van mr. Egger- Van Oppen van 14 mei 2025;
- het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 14 mei 2025;
- het F9-formulier met bijlage van 14 mei 2025;
- het bericht van de GI, met bijlage, van 14 mei 2025;
- de brief van de rechtbank aan de GI, de Raad en mr. Eggen- Van Oppen van 16 mei 2025.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
mitser contact tussen haar en [minderjarige] komt. De moeder geeft daarmee geen onvoorwaardelijke toestemming aan [minderjarige] om in het pleeggezin te verblijven, waardoor voor [minderjarige] onduidelijkheid blijft bestaan over haar nabije toekomst, hetgeen de traumabehandeling bemoeilijkt. De moeder gaat daarnaast volledig voorbij aan het feit dat [minderjarige] nog steeds geen contact met haar wil. Zij lijkt de mening van haar dochter daarin niet serieus te nemen en blijft dit weigeren van [minderjarige] zien in het licht van beïnvloeding door de familie van [naam], de voormalige pleegouders van [minderjarige] .
6.De beslissing
[de moeder], geboren op [geboortedag 2] 1978 in [geboorteplaats] , [land 1] over
[minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats] , [land 1] ;
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.