ECLI:NL:RBZWB:2025:9438
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Ebben
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsvordering huurovereenkomst wegens onderverhuur en tekortkomingen
Eiser verhuurt een woning aan gedaagde, die de woning met toestemming aan kamerbewoners mocht verhuren. Gedaagde verhuurt de woning inmiddels onder aan een bemiddelingsbureau, dat de woning mogelijk weer onderverhuurt. Eiser stelt dat gedaagde hiermee en door andere gedragingen tekortschiet en vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming.
De rechtbank stelt vast dat de huurovereenkomst nog steeds van kracht is en dat gedaagde niet zelf de woning bewoont, maar dat dit geen tekortkoming oplevert. Er is geen bewijs van een afspraak dat gedaagde slechts zou bemiddelen in de verhuur, noch dat hij niet mocht onderverhuren. Eiser heeft niet aangetoond dat het aantal bewoners het toegestane maximum overschrijdt of dat de woning in strijd met vergunningen wordt gebruikt.
Ook de stelling dat bouwkundige aanpassingen niet goed zijn uitgevoerd, is onvoldoende onderbouwd. Communicatieproblemen zijn niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank concludeert dat geen tekortkomingen zijn die ontbinding rechtvaardigen en wijst de vorderingen af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming worden afgewezen wegens ontbreken van tekortkomingen.