Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 juni 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek met producties,
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten op 1 mei 2023 een huurovereenkomst voor een woning. Op 26 juli 2024 werd in de woning een hennepkwekerij geruimd. De huurder zegde de overeenkomst op per 15 augustus 2024 en leverde de woning op die datum op. Een eindopnamerapport stelde herstelkosten van €7.296,91 vast, welke door de huurder werden erkend.
Verhuurder vorderde een hoger bedrag van €22.982,31 gebaseerd op een offerte met aanvullende werkzaamheden, waarvan sommige meer op renovatie leken. De rechtbank oordeelde dat alleen de kosten in het eindopnamerapport toewijsbaar zijn, omdat dit rapport de volledige staat van oplevering vastlegt.
De huurder voerde verweer dat de woning schoon was opgeleverd en dat de politie de hennepkwekerij had opgeruimd, maar dit werd niet onderbouwd. Ook een beroep op verrekening met betalingen aan de Kredietbank werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank veroordeelde de huurder tot betaling van €7.296,91 plus wettelijke rente vanaf 9 mei 2025 en de proceskosten van €1.501,28. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van €7.296,91 herstelkosten plus rente en proceskosten wegens niet-schoon en beschadigde oplevering van de huurwoning.