Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:9412

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
BRE 25/3627
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 1 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep Wet open overheid

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal op drie Woo-verzoeken. Nadat het college alsnog op 2 september 2025 heeft beslist, heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenveroordeling van het college.

De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren. Het college is bereid de proceskosten te betalen, maar betwist de hoogte van de verletkosten die verzoeker claimt. De rechtbank beoordeelt het verzoek zonder zitting.

Hoewel het college aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen, is verzoeker niet gerechtigd tot proceskostenvergoeding omdat hij niet beroepsmatig rechtsbijstand verleent en er geen proceskosten zijn aangetoond die voor vergoeding in aanmerking komen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling daarom af als kennelijk ongegrond. Wel wijst de rechtbank erop dat het college verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van €194,- te vergoeden, waarvoor verzoeker zich rechtstreeks tot het college moet wenden.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen, maar het college moet het griffierecht vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3627

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college op drie verzoeken (aanvragen) in het kader van de Wet open overheid (Woo). Hij heeft het beroep ingetrokken, omdat het college op alsnog op zijn verzoeken heeft beslist.
1.1.
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat het college bereid is om de proceskosten te betalen. Het college is echter niet akkoord met de verletkosten welke door verzoeker worden genoemd op het formulier proceskosten.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het college aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 22 juli 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoeken. Het college heeft op 2 september 2025 alsnog beslist op de verzoeken van verzoeker. Hiermee is het college tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Moet het college de proceskosten van verzoeker vergoeden?
5. Het college is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het college verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden. [3] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 24 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.