ECLI:NL:RBZWB:2025:9410

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
395599-24 en 407535-24
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewezenverklaring van diefstal met bedreiging met geweld bij meerdere overvallen op winkels in Breda

In deze zaak heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 31 december 2025 uitspraak gedaan in de strafzaken tegen een verdachte die beschuldigd werd van meerdere overvallen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte op 5, 9 en 26 december 2024 overvallen heeft gepleegd op respectievelijk de Nachtwinkel en Domino's Pizza in Breda. De verdachte is op 26 december 2024 betrapt na een overval op Domino's Pizza, waarbij hij een hamer gebruikte om de medewerkers te bedreigen. De rechtbank heeft op basis van camerabeelden en getuigenverklaringen overtuigend bewijs gevonden dat de verdachte de dader was van deze overvallen. De verdediging heeft vrijspraak bepleit, maar de rechtbank oordeelde dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast is de verdachte verplicht om schadevergoeding te betalen aan de benadeelde partij, die schade heeft geleden door de overvallen. De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen, waarbij materiële en immateriële schadevergoeding is toegekend. De rechtbank heeft ook een hamer, gebruikt tijdens de overval, verbeurd verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummers: 02-407535-24 en 02-395599-24
vonnis van de meervoudige kamer van 31 december 2025
in de strafzaken tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats]
thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting in Vught
raadsman mr. S. Konya, advocaat in Amsterdam

1.Onderzoek van de zaak

Ter terechtzitting van 17 december 2025 zijn de zaken onder voormelde parketnummers overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) gevoegd.
De zaken zijn vervolgens inhoudelijk behandeld, waarbij de officier van justitie mr. F.M. van Peski en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in [plaats] :
02-407535-24op 26 december 2024 Domino’s pizza heeft overvallen;
02-395599-241. op 5 december 2024 de Nachtwinkel heeft overvallen;
2. op 7 december 2024 de Gall & Gall heeft overvallen;
3. op 9 december 2024 Domino’s pizza heeft overvallen.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de vier feiten.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit primair vrijspraak van de vier feiten. Niet wordt betwist dat de vier overvallen hebben plaatsgevonden, maar niet is komen vast te staan dat verdachte de overvaller is geweest.
Voor zover het voorgaande wel komt vast te staan, stelt de verdediging dat in ieder geval de feiten op 5 en 9 december 2024 niet kunnen worden gekwalificeerd als diefstal met geweld of bedreiging met geweld, zodat daarvan ook subsidiair vrijspraak wordt bepleit.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
De rechtbank stelt vast dat er vier overvallen hebben plaatsgevonden in winkels tijdens openingsuren, gelegen in het centrum van [plaats] op loopafstand van de toenmalige woning van verdachte, en gepleegd in een periode van drie weken.
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte degene is geweest die de feiten heeft gepleegd.
Voor de begrijpelijkheid en leesbaarheid van dit vonnis zal de rechtbank afwijken van de chronologische volgorde van de zaken en starten met parketnummer 02-407535-24.
02-407535-24 - Domino’s pizza op 26 december 2024
De rechtbank stelt vast dat op 26 december 2024 Domino’s pizza aan de [adres 1] is overvallen door een persoon die een hamer toonde aan werknemer [benadeelde 1] en die met die hamer in diens richting wees en daarbij de woorden toevoegde “doe de kassa open.”. De overvaller nam vervolgens zelf al het briefgeld uit de kassa mee.
Uit de bewijsmiddelen als weergegeven in bijlage II blijkt dat de overval is gepleegd rond 19.36 uur. De looproute van de overvaller is van de [adres 1] door middel van camerabeelden gevolgd kunnen worden naar de woning aan de [adres 2] , waar hij op 19.39 uur naar binnen gaat. Dit betreft de toenmalige woning van verdachte. Als de politie om 21:14 uur naar binnen gaat, wordt verdachte als enige aangetroffen. Bij de kort daarop volgende doorzoeking van de woning zijn kledingstukken aangetroffen die overeenkomen met die van de overvaller: een zwarte capuchon met bontkraag en een zwarte jas van het merk Moose Knuckels. Bovendien is een hamer aangetroffen die overeenkomt met de door de overvaller gebruikte hamer.
Op grond hiervan acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 26 december 2024 schuldig heeft gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld.
02-395599-24
Feit 1 - Nachtwinkel op 5 december 2024
De rechtbank stelt vast dat op 5 december 2024 de Nachtwinkel aan de [adres 1] is overvallen door een persoon die dreigde om werkneemster [benadeelde 2] neer te steken met een mes als zij de kassa niet zou openen, en toen zij de kassa geopend had, het cashgeld zelf meenam uit de kassa.
De rechtbank heeft hiervoor reeds vastgesteld dat verdachte het feit op 26 december 2024 heeft gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende redengevende omstandigheden zijn op grond waarvan via onder andere schakelbewijs wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte ook de overval bij de Nachtwinkel op 5 december 2024 heeft gepleegd.
De rechtbank stelt daartoe vast dat bij beide feiten opvallende overeenkomsten naar voren komen in de persoon van de overvaller en diens handelswijze. Ter zitting heeft de rechtbank op beelden [] waargenomen dat de overvaller op 5 december 2024, net als op 26 december 2024, lacherig de winkel verliet, waarbij hij lacherig naar de medewerkster riep “geef mij die kans dan”, of iets soortgelijks. Deze lacherige gedraging acht de rechtbank onderscheidend en niet alledaags of algemeen voorkomend bij overvallen. Het gedrag vertoont opvallende gelijkenis met een specifieke gedraging tijdens de overval van 26 december 2024. Aangever [benadeelde 1] heeft verklaard dat de overvaller eerst al het briefgeld uit de kassa pakte en daarna een handvol muntgeld uit de kassa pakte en lachend zijn richting op gooide. De overvaller verliet vervolgens lachend de winkel.
Daarnaast ziet de rechtbank opvallende overeenkomsten in de uiterlijke kenmerken van de overvaller. In beide gevallen was de overvaller volledig in het donker gekleed met een capuchon op zijn hoofd, maar verder een onbedekt gezicht. Ook zijn postuur en lengte komen overeen. Aangeefster heeft verklaard dat de overvaller van 5 december 2024 iets kleiner was dan zij, te weten 1.75 meter. Op grond van zijn paspoort op de SKDB-staat stelt de rechtbank vast dat verdachte 1.74 meter is. Verder stelt de rechtbank op grond van zijn SKDB-foto van 26 december 2024 vast dat hij destijds een volle zwarte baard had. Dit komt ook overeen met de verklaring van aangeefster op 5 december 2024.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en in samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld op 5 december 2024 bij de Nachtwinkel.
Feit 3 – Domino’s pizza op 9 december 2024
De rechtbank stelt vast dat op 9 december 2024 Domino’s Pizza aan de [adres 1] is overvallen door een persoon die met verheven en harde stem zei tegen werknemer [benadeelde 3] “doe de kassa open”, en, nadat de kassa was opengemaakt, meteen zelf briefgeld pakte uit de kassa.
De rechtbank stelt bij dit feit opvallende overeenkomsten vast in de werkwijze en de uiterlijke kenmerken van de overvaller bij de hierboven genoemde feiten. Ook bij dit feit
was de overvaller volledig in het donker gekleed met een capuchon op zijn hoofd en een onbedekt gezicht met zwarte baard. Daarnaast heeft aangever verklaard dat de overvaller 1.75 meter was. Door de rechtbank is hierboven reeds vastgesteld dat verdachte 1.74 meter
is. Verder heeft de overvaller ook hier de medewerkers onder dreiging gesommeerd om de kassa te openen, waarna de overvaller het geld zelf uit de kassalade pakte.
Tevens is de overvaller op de beelden van 9 december 2024 door een verbalisant herkend als verdachte aan de hand van zijn uiterlijke kenmerken. De rechtbank neemt die overeenkomst in de uiterlijke kenmerken eveneens waar. De rechtbank betrekt hierbij ook dat uit zijn SKDB-foto van 26 december 2024 blijkt dat verdachte destijds een volle baard had, waarbij het bovenste deel van zijn kin onbehaard was. Dit komt ook overeen met de beelden van de overvaller.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en in samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld op 9 december 2024 bij Domino’s Pizza.
Hoewel bij dit feit niet is gedreigd met (het gebruik van) een wapen, is de rechtbank van oordeel dat wel sprake is van bedreiging met geweld. Verdachte heeft zich ten tijde van het feit volledig gehuld in donkere kleding met een capuchon op zijn hoofd, waarmee hij zich doelbewust een dreigend voorkomen heeft aangemeten. In combinatie met het plotseling benaderen van de medewerkers, het verheffen van de stem en het dwingend roepen dat de kassa moest worden geopend, heeft verdachte een zodanig bedreigende situatie gecreëerd dat bij de medewerkers de redelijke vrees kon ontstaan dat geweld zou worden gebruikt indien zij geen gehoor zouden geven aan de bevelen van verdachte.
Feit 2 – Gall & Gall op 7 december 2024
De rechtbank stelt vast dat op 7 december 2024 de Gall en Gall aan de [adres 3] is overvallen door een persoon die riep tegen werknemer [benadeelde 4] “kassa open, kassa open” en “als je het niet doet, ga ik je steken met een mes, en die, toen de kassa werd geopend, geld uit de kassa griste. Hoewel de rechtbank ook bij dit feit gelijkenissen ziet met betrekking tot de andere feiten, acht de rechtbank die gelijkenissen onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. [benadeelde 4] heeft namelijk verklaard dat de overvaller ongeveer even lang was als hij, te weten 1.86 meter. Dit vormt voor de rechtbank een contra-indicatie voor de betrokkenheid van verdachte, nu vast staat dat hij 1.74 meter is. De rechtbank acht dit lengteverschil van zodanige betekenis dat dit afbreuk doet aan de herkenning van verdachte als de overvaller. Verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
02-407535-24op 26 december 2024 te [plaats] enig geldbedrag, dat aan Domino's Pizza (gevestigd aan de [adres 1] ) toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [benadeelde 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door zich in bovengenoemde Domino's Pizza te begeven en zich (vervolgens) te begeven achter de toonbank/in de keuken en een hamer te tonen en met die hamer in de richting van die [benadeelde 1] te wijzen en die [benadeelde 1] toe te voegen 'Doe de kassa open';
02-395599-24
1.
op 5 december 2024 te [plaats] enig geldbedrag, dat aan de Nachtwinkel (gevestigd aan de [adres 1] ) toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [benadeelde 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door zich in bovengenoemde Nachtwinkel te begeven en zich (vervolgens) te begeven achter de toonbank/in personeelsruimte en die [benadeelde 2] toe te voegen 'Doe de kassa open of ik ga je steken';
3.
op 9 december 2024 te [plaats] enig geldbedrag, dat aan Domino's Pizza (gevestigd aan de [adres 1] ) toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [benadeelde 3] en één andere medewerker van Domino's Pizza, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door zich in bovengenoemde Domino's Pizza te begeven en zich (vervolgens) te begeven achter de toonbank en die [benadeelde 3] en één andere medewerker van Domino's Pizza toe te voegen 'Doe de kassa open'.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
Uitgaande van een bewezenverklaring van vier overvallen vordert de officier van justitie dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht, en dat daarnaast de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit bij de strafoplegging onder meer rekening te houden met de omstandigheid dat er geen sprake is geweest van vuurwapengebruik en dat het niet heel beangstigend is geweest. Er is hooguit sprake van diefstal.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich in een periode van drie weken schuldig gemaakt aan drie overvallen. De feiten kenmerken zich door een doelgerichte, berekenende en intimiderende werkwijze. Verdachte heeft steeds een bedreigende situatie gecreëerd door zich volledig in het donker te kleden en een capuchon over zijn hoofd te dragen. Hoewel zijn gezicht steeds onbedekt was, heeft verdachte de capuchon wel steeds zover mogelijk over zijn hoofd getrokken met als kennelijke bedoeling om zo min mogelijk herkenbaar te zijn. Tijdens één van de over- vallen heeft hij expliciet gedreigd om de medewerkster neer te steken met een mes als zij
de kassa niet zou openen, waarbij hij zijn handen voortdurend in zijn zakken hield om de angst bij de medewerkster op te roepen dat hij een mes bij zich had. Bij een andere overval heeft hij een hamer getoond. De wijze waarop hij te werk is gegaan heeft bij de slachtoffers, met name bij [benadeelde 1] , aanzienlijke angst en gevoelens van onveiligheid veroorzaakt. Overvallen zijn ingrijpende feiten die veelal een diepe impact hebben op slachtoffers en ook bijdragen aan gevoelens van onrust in de samenleving.
Hoewel geen sprake is geweest van een klassieke gewapende overval met een vuurwapen, overstijgt het handelen van verdachte ruimschoots een winkeldiefstal met bedreiging met of gevolgd door geweld. Voor een winkeldiefstal met bedreiging met of gevolgd door geweld wordt op grond van de oriëntatiepunten van de LOVS een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden als uitgangspunt genomen. Is er sprake van recidive, dan is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden (per feit) het uitgangspunt.
De persoonlijke omstandigheden van verdachte
Gelet op de bewezenverklaring heeft verdachte tegen beter weten in ook op zitting ontkend enige overval gepleegd te hebben en dus geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedrag. Daarbij blijkt uit zijn strafblad van 29 oktober 2025 dat hij eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Bovendien is hij voor de eerste twee overvallen al aangehouden op 12 december 2024, maar op 13 december 2024 weer in vrijheid gesteld. Dat heeft hem niet weerhouden om binnen twee weken de laatste overval te plegen. Daarbij is hij zelfs met een slagwapen naar de plaats delict gegaan. Dit duidt op een gebrek aan respect voor de rechtsorde en laat zien dat verdachte geen enkel probleembesef heeft. Dit alles weegt de rechtbank mee in strafverzwarende zin.
Uit de rapportages van de psycholoog van 24 februari 2024 en de reclassering van 14 april 2025 leidt de rechtbank af dat verdachte wel hulp nodig lijkt te hebben, maar dat hij geen hulp accepteert. Verdachte heeft geweigerd om mee te werken aan het psychologisch onderzoek, waardoor er geen diagnostische conclusies konden worden getrokken.
De reclassering ziet het psychosociaal functioneren en de houding van verdachte als grootste risicofactoren en schat het recidiverisico in als gemiddeld tot hoog. De reclassering ziet echter geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen. De interventies die vanaf jonge leeftijd al zijn ingezet vanuit de hulpverlening hebben niet geleid tot structureel gedragsverandering. Alle gedwongen hulpverlening die tot nu toe is ingezet, is door gebrek aan motivatie en door het gedrag van verdachte misgelopen.
Conclusie
Nu de rechtbank tot een bewezenverklaring van drie overvallen komt, zal de rechtbank, in afwijking van de strafeis, aan verdachte opleggen een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Gelet op de hiervoor genoemde rapportages ziet de rechtbank geen ruimte voor een voorwaardelijk deel.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.
Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, zal de rechtbank aan verdachte niet de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel, zoals bedoeld in artikel 38z Sr opleggen. Op grond van het tweede lid van dit artikel dient de officier van justitie bij deze vordering een recent opgemaakt en met redenen omkleed advies van de reclassering te overleggen. Gelet op de opbouw van artikel 38z Sr gaat de rechtbank ervan uit dat het advies wel moet zien op het opleggen van die maatregel, dan wel dat daaruit de noodzaak van het beschermen van de veiligheid van anderen of goederen blijkt. De rechtbank beschikt niet over een dergelijk advies. Daarnaast ziet de rechtbank ook geen aanleiding deze maatregel op te leggen.

7.De benadeelde partij

02-407535-24
De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft een totale schadevergoeding gevorderd van
€ 2.209,65, bestaande uit € 409,65 aan materiële schade en € 1.800,00 aan immateriële schade.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte het feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden, indien er voldoende causaal verband bestaat tussen de gevorderde schade en het bewezenverklaarde handelen van verdachte.
Materiële schade
De gevorderde materiële schade van € 409,65 is voldoende onderbouwd en er is sprake van een causaal verband tussen deze schade en het bewezenverklaarde feit. De rechtbank zat dit bedrag dan ook toewijzen.
Immateriële schade
Immateriële schade is een vergoeding voor het leed dat ontstaat door lichamelijk letsel en/of psychisch letsel, veroorzaakt door een ander. De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending door verdachte met zich brengt dat de nadelige psychische gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat ook sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel.
Hoewel de rechtbank hiermee niets wil afdoen aan de ernst van het feit, acht de rechtbank de uitspraak waarnaar is verwezen niet één-op-één vergelijkbaar. Anders dan in deze zaak betrof de dader in die zaak een volledig gemaskerd persoon met een kapmes. De rechtbank acht in deze zaak een bedrag van € 1.000,00 billijk en zal dat toewijzen. De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering.
Wettelijke rente
De gevorderde wettelijke rente zal als volgt worden toegewezen:
- over de immateriële schade van € 1.000,00 vanaf de datum waarop het feit is gepleegd, te weten 26 december 2024, nu dat de datum is waarop deze schade
is ontstaan;
- over de materiële schade van € 409,65 vanaf 24 januari 2025, waarbij de rechtbank bij gebrek aan informatie is uitgegaan van de veelvoorkomende datum waarop loon in die maand werd ontvangen. De benadeelde partij heeft niet of minder gewerkt in week 52 van 2024 en de weken 1 en 2 van 2025 en daardoor loon misgelopen. Dat misgelopen loon zou dan op 24 januari 2025 zijn ontvangen.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal eveneens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.(vul naam in van de benaddelde partij met alleen voorletters)

8.Het beslag

8.1
De verbeurdverklaring
02-407535-24
Het volgende in beslag genomen voorwerp wordt verbeurd verklaard, nu het bewezen verklaarde feit is gepleegd met dit voorwerp:
- hamer met rood handvat, goednummer PL2000-2024330030-2809544.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36f, 57, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
02-395599-24
-
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit 2;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
02-407535-24
diefstal, voorafgaand en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te
maken;
02-395599-24
feit 1: diefstal, voorafgaand en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te
maken;
feit 3: diefstal, voorafgaand en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te
maken;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 18 maanden;
- bepaalt dat
de tijddie verdachte voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak in
voorarrestheeft doorgebracht
in minderingwordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Beslag
02-407535-24
- verklaart het volgende in beslag genomen voorwerp verbeurd:
- hamer met rood handvat, goednummer PL2000-2024330030-2809544;
Benadeelde partij
02-407535-24
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1] van € 1.409,65, waarvan € 409,65 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 409,65 vanaf 24 januari 2025 tot aan de dag der voldoening en over het bedrag van € 1.000,00 vanaf 26 december 2024 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
Schadevergoedingsmaatregel
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1] , € 1.409,65 te betalen, waarvan € 409,65 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 409,65 vanaf 24 januari 2025 tot aan de dag der voldoening en over het bedrag van € 1.000,00 vanaf 26 december 2024 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 24 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter, mr. C.H.W.M. Sterk en
mr. S.P.W. van Dooren, rechters, in tegenwoordigheid van M.C.C. Joosen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 31 december 2025.
De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
De tenlasteleggingen
02-395599-24
1.
hij op of omstreeks 5 december 2024 te [plaats] enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Nachtwinkel (gevestigd aan de [adres 1] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door zich in bovengenoemde Nachtwinkel te begeven en/of zich (vervolgens) te begeven achter de toonbank/in personeelsruimte en/of die [benadeelde 2] toe te voegen 'Doe de kassa open of ik ga je steken', althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
(Artikel art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
2.
hij op of omstreeks 7 december 2024 te [plaats] enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Gall&Gall (gevestigd aan de [adres 3] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door zich in bovengenoemde Gall&Gall te begeven en/of zich (vervolgens) te begeven achter de toonbank en/of die [benadeelde 4] toe te voegen 'Kassa open, kassa open' en/of 'Als je het niet doet ga ik je steken met een mes' en/of 'Ik ga je voor je hoofd slaan als je de kassa niet open doet, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of (waarbij) verdachte die [benadeelde 4] een fles toonde en/of die fles richting die [benadeelde 4] ophief en/of (vervolgens) die fles op de toonbank sloeg;
(Artikel art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
3.
hij op of omstreeks 9 december 2024 te [plaats] enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Domino's Pizza (gevestigd aan de [adres 1] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 3] en/of één of meer andere medewerker(s) van Domino's Pizza, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door zich in bovengenoemde Domino's Pizza te begeven en/of zich (vervolgens) te begeven achter de toonbank en/of die [benadeelde 3] en/of één of meer andere medewerker(s) van Domino's Pizza toe te voegen 'Doe de kassa open', althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
(Artikel art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
02-407535-24
hij op of omstreeks 26 december 2024 te [plaats] enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Domino's Pizza (gevestigd aan de [adres 1] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 1] en/of één of meer andere medewerker(s) van Domino's Pizza, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door zich in bovengenoemde Domino's Pizza te begeven en/of zich (vervolgens) te begeven achter de toonbank/in de keuken en/of een hamer, althans een dergelijk hard voorwerp, te tonen en/of met die hamer, althans dat dergelijke harde voorwerp, in de richting van die [benadeelde 1] en/of één of meer andere medewerker(s) van Domino's Pizza te wijzen en/of die [benadeelde 1] en/of één of meer andere medewerker(s) van Domino's Pizza toe te voegen 'Doe de kassa open', althans woorden van gelijke aard en/of strekking.
( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht )