ECLI:NL:RBZWB:2025:9406
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Van Triest
- Rechtspraak.nl
Beëindiging zorgregeling tussen minderjarige en vader wegens afwezigheid contact en belangen
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een zaak over de zorgregeling van een minderjarige geboren in 2008. De bijzondere curator was benoemd om de wensen en behoeften van de minderjarige te onderzoeken met betrekking tot de zorg- en contactregeling met haar vader. Uit het onderzoek bleek dat de minderjarige geen contact meer wenst met haar vader, mede door teleurstellingen zoals het niet mee mogen op vakantie en het verwijderen uit een familie-app.
De bijzondere curator concludeerde dat het in het belang van de minderjarige is om de zorgregeling te beëindigen, omdat het contactherstel niet mogelijk is zonder motivatie van het kind. De Raad voor de Kinderbescherming onderschreef dit standpunt en adviseerde de ouders om een hulpverleningstraject te starten om de communicatie te verbeteren.
Tijdens de zitting op 27 november 2025 gaven beide ouders aan het verzoek te begrijpen en waren bereid tot hulpverlening. De kinderrechter stelde vast dat de zorgregeling al langere tijd niet werd nageleefd en dat het handhaven ervan niet in het belang van de minderjarige is. De zorgregeling werd daarom beëindigd, zonder contactverbod, zodat de minderjarige zelf kan bepalen of en wanneer contact met haar vader plaatsvindt.
De kinderrechter gaf tevens aan dat de ouders hun verantwoordelijkheid moeten nemen om met hulpverlening te werken aan een betere communicatie en samenwerking, ter bevordering van de ontwikkeling van de minderjarige en haar broer. De bijzondere curator werd ontslagen van haar taak, tenzij er een rechtsmiddel wordt ingesteld.
Uitkomst: De zorgregeling tussen de minderjarige en haar vader wordt beëindigd omdat dit in het belang van de minderjarige is.