ECLI:NL:RBZWB:2025:928

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 januari 2025
Publicatiedatum
19 februari 2025
Zaaknummer
C/02/431002 / JE RK 25-115 (spoed)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met complexe problematiek

De zaak betreft een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge tot verlenging van een machtiging voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige geboren in 2010. De minderjarige woont bij haar vader en verblijft sinds 21 januari 2025 op een gesloten groep van een jeugdzorginstelling op grond van een eerdere spoedmachtiging.

Tijdens de mondelinge behandeling op 31 januari 2025, waarbij de minderjarige, haar ouders, vertegenwoordigers van het college en de advocaat van de minderjarige aanwezig waren, is vastgesteld dat de minderjarige een zeer belaste voorgeschiedenis heeft, waaronder trauma’s door seksueel misbruik en chronisch pesten. Zij kampt met ernstige problemen zoals drugsgebruik, schoolverzuim en een negatief zelfbeeld. Ondanks eerdere intensieve hulpverlening en een langdurige opname bij een ggz-instelling, is blijvende verbetering uitgebleven.

De kinderrechter oordeelt dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is om te voorkomen dat de minderjarige zich onttrekt aan de benodigde hulp. De machtiging wordt daarom voor drie maanden verleend, waarbij het resterende deel van het eerdere spoedmachtigingsverzoek wordt afgewezen. De minderjarige toont inzicht in haar problematiek en wil meewerken, maar een open setting is op dit moment niet passend. De ouders steunen het besluit en hopen op een gezonde ontwikkeling van hun kind.

De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2025 en op schrift gesteld op 4 februari 2025. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor drie maanden en wijst het resterende deel van het spoedmachtigingsverzoek af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers: C/02/431002 / JE RK 25-115 (spoed)
C/02/431003 / JE RK 25-116 (regulier)
Datum uitspraak: 31 januari 2025
Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE HALDERBERGE,
hierna te noemen het college,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat: mr. L. Swart te Roosendaal.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het (verdere) verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
  • de in deze zaak gegeven beschikking van 21 januari 2025 over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp en alle daarin genoemde stukken;
  • de op 28 januari 2025 ontvangen instemmingsverklaring van een onafhankelijke gedragswetenschapper, gedateerd 24 januari 2025.
1.2.
Op 31 januari 2025 heeft de kinderrechter de zaak mondeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:
- [minderjarige] , bijgestaan door haar advocaat;
- de moeder;
- de vader;
- twee vertegenwoordigsters van het college.
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [minderjarige] eerst apart met de kinderrechter gesproken. Haar advocaat was daarbij aanwezig.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar vader.
2.3.
[minderjarige] verblijft op grond van voormelde spoedmachtiging op een gesloten groep van [jeugdzorg].
2.4.
Door de ouders is schriftelijk ingestemd met het verzoek van het college.

3.De (resterende) verzoeken

kenmerk C/02/431002 / JE RK 25-115
3.1.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij voormelde beschikking van 21 januari 2025 een machtiging verleend om [minderjarige] met spoed uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp met ingang van 21 januari 2025 tot 4 februari 2025. Het resterende deel van het verzoek (twee weken) is aangehouden tot de mondelinge behandeling.
kenmerk C/02/431003 / JE RK 25-116
3.2.
Daarnaast heeft het college verzocht om verlening van een aansluitende machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Ter aanvulling op het verzoek en wat hierover in voormelde beschikking van 21 januari 2025 is opgenomen, heeft het college nog het volgende aangevoerd.
[minderjarige] is al lang in beeld en er zijn verschillende vormen van (intensieve) hulpverlening ingezet geweest. Het college is nog altijd van mening dat [minderjarige] uiteindelijk beter in een open voorziening geholpen kan worden. Gelet op de gebeurtenissen van de afgelopen periode is dat nu echter geen optie en [minderjarige] moet eerst laten zien dat zij zich weer aan afspraken kan houden. Daarna kan worden gekeken naar een meer open setting, waarbij in eerste instantie een hybride plaatsing zal worden overwogen. Het hulptraject in Spanje is op dit moment niet passend omdat de veiligheid van [minderjarige] onvoldoende kan worden gewaarborgd. Afhankelijk van de ontwikkelingen van [minderjarige] de komende tijd kan deze optie later in het jaar alsnog worden bekeken. Het college heeft uit het meest recente telefonische contact met [minderjarige] opgemaakt dat zij nu serieus aan haar toekomst aan het denken is en bezig is om voor zichzelf andere en betere keuzes te maken.
4.2.
Uit de verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper komt naar voren dat [minderjarige] een fors belaste voorgeschiedenis heeft. [minderjarige] is getraumatiseerd door seksueel misbruik door haar stiefvader en het chronisch gepest zijn door leeftijdgenoten. [minderjarige] gaat niet meer naar school en gaat om met volwassen mannen die eveneens drugs gebruiken. Zij heeft een erg negatief zelfbeeld en zou het liefst dood willen zijn. Detox met behulp van medicatie is nu aan de orde. Pas daarna zal met [minderjarige] toegekomen kunnen worden aan behandeling van haar trauma’s, emotieregulatie problematiek, zelfbeeld en weerbaarheid, herstel van deelname aan onderwijs en het versterken van de ouder-kindrelatie.
4.3.
[minderjarige] vertelt dat zij via het ziekenhuis gesloten is geplaatst. Zij had dit nog niet eerder meegemaakt en het was heftig. [minderjarige] denkt dat een gesloten groep niet bij haar past en haar niet zal helpen om te werken aan haar problematiek. Een tussenvorm van open en gesloten zou beter zijn en daarna een open groep. Sinds [minderjarige] gesloten zit, heeft zij veel tijd gehad om na te denken. Zij ziet in dat zij hulp en sturing nodig heeft. Op dit moment zijn drugsgebruik en weglopen het grootste probleem. [minderjarige] wil laten zien dat zij het wel kan, dat zij niet wegloopt, meewerkt aan hulpverlening en naar school gaat. [minderjarige] wil liever niet op de gesloten groep blijven maar een periode van drie maanden is wel te overzien. In die tijd zou ook een passende vervolgplek voor haar gevonden moeten worden.
4.4.
De moeder geeft aan dat zij liever had gezien dat [minderjarige] naar Spanje zou zijn gegaan. Alles beter dan gesloten, maar op dit moment is dat voor [minderjarige] nodig. De moeder wil graag dat [minderjarige] opgroeit tot een gezonde volwassene. De komende drie maanden zijn nodig om alles voor [minderjarige] in de juiste vorm te gieten.
4.5.
De vader sluit zich hierbij aan. Hij ziet op dit moment geen andere optie meer dan gesloten jeugdhulp. Hij ziet wel een voorzichtige verbetering bij [minderjarige] . Zij maakt nog wel een verdrietige indruk, maar is aanzienlijk minder boos op de wereld. Ook staat [minderjarige] nu meer open voor vragen die aan haar worden gesteld.
4.6.
De advocaat van [minderjarige] brengt naar voren dat het verzoek begrijpelijk is, gelet op wat er is gebeurd. [minderjarige] begrijpt ook dat zij het vertrouwen moet zien terug te winnen. Het is wel van belang dat er een concreet plan van aanpak komt en dat de komende drie maanden gebruikt worden om de juiste stappen te kunnen zetten.

5.De beoordeling

kenmerk C/02/431002 / JE RK 25-115
5.1.
Op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is naar het oordeel van de kinderrechter niet gebleken van nieuwe feiten en/of omstandigheden, die maken dat de beschikking van 21 januari 2025 dient te worden herroepen.
5.2.
Gelet op de beslissing ten aanzien van het verzoek om een aansluitende machtiging te verlenen, zal de kinderrechter het resterende deel van het verzoek om een spoedmachtiging afwijzen.
kenmerk C/02/431003 / JE RK 25-116
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met forse opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft. Het is gebleken dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1] De kinderrechter zal uitleggen hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
5.2.
Om te beginnen vindt kinderrechter het heel knap van [minderjarige] dat zij inziet dat het anders moet en dat zij aan zichzelf wil werken.
[minderjarige] heeft een zeer belaste voorgeschiedenis. Zij heeft in haar leven al veel meegemaakt en ook de afgelopen periode zijn er uiterst zorgelijke en heftige dingen gebeurd. Daarbij is er sprake van forse kindeigen problematiek. De afgelopen jaren is met de inzet van (intensieve) hulpverlening geprobeerd om [minderjarige] de behandeling en kaders te geven die zij nodig heeft. Voorafgaand aan haar plaatsing op de gesloten groep is [minderjarige] ruim een jaar opgenomen geweest bij [ggz-instelling]. Dit alles heeft echter niet tot een blijvende positieve ontwikkeling geleid. Het is duidelijk dat [minderjarige] op dit moment meer nodig heeft dan haar in een open setting geboden kan worden en dat plaatsing op een gesloten groep onvermijdelijk is geworden. Gelet op het langdurige verblijf van [minderjarige] bij [ggz-instelling] en het gevoel van uitzichtloosheid dat dit met zich meebracht, vindt de kinderrechter het van groot belang dat [minderjarige] duidelijkheid heeft over wat er van haar wordt verwacht. Ook moeten de fases die [minderjarige] de komende periode zal doorlopen te overzien zijn voor haar.
5.3.
Dit maakt dat de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp zal verlenen voor de duur van drie maanden en het resterende deel van het verzoek zal afwijzen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
kenmerk C/02/431002 / JE RK 25-115
6.1.
wijst het resterende deel van het verzoek af;
kenmerk C/02/431003 / JE RK 25-116
6.2.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp met ingang van 31 januari 2025 tot 30 april 2025;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2025 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van Baremans, als griffier, en op schrift gesteld op 4 februari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).