ECLI:NL:RBZWB:2025:9228

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
25/2851 WMO15
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering van een woonvoorziening op grond van de Wmo 2015 voor een zoon met functionele beperkingen

Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen de curatoren van eiser, een zoon met ernstige functionele beperkingen, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda. De zaak betreft de afwijzing van een aanvraag voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Eisers, de curatoren, zijn het niet eens met de afwijzing van hun aanvraag voor een woningaanpassing, die noodzakelijk zou zijn voor hun zoon, die lijdt aan ernstige neurologische restverschijnselen na meningitis. De rechtbank heeft de zaak behandeld op 19 november 2025, waarbij eisers en hun gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigden van het college. De rechtbank heeft vastgesteld dat de zoon van eisers niet zelfstandig kan functioneren in de huidige woning, maar oordeelt dat de afwijzing van de aanvraag door het college standhoudt. De rechtbank concludeert dat er voldoende draaicirkel is voor een handbewogen rolstoel in de woonkamer, slaapkamer en badkamer, en dat de keuken kan worden aangepast om aan de eisen te voldoen. De rechtbank heeft het beroep van eisers ongegrond verklaard, wat betekent dat zij geen recht hebben op vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2851 WMO15

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2025 in de zaak tussen

[curator 1], eiser,
en [curator 2] ,eiseres,
in de hoedanigheid van curatoren van [eiser], uit Breda, tezamen eisers,
(gemachtigde: mr. P.F.M. Gulickx),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda(het college), verweerder,
(gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eisers om een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) voor hun zoon [eiser] . Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eisers krijgen dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een woningvoorziening. Met het bestreden besluit van 22 april 2025 op het bezwaar van eisers heeft het college deze aanvraag afgewezen en aan eisers elektrische duwondersteuning voor de handbewogen rolstoel van hun zoon toegekend.
2.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 19 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers en de gemachtigden van het college. Op zitting heeft de rechtbank – op verzoek van eisers – [getuige] gehoord als getuige.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3.1
De zoon van eisers, [eiser] , geboren op [geboortedag] 2022, heeft functionele beperkingen als gevolg van meningitis met ernstige neurologische restverschijnselen, waardoor hij eenzijdig verlamd is, niet kan praten en verstandelijk beperkt is. Hij functioneert op het niveau van een 3/4-jarige.
3.2
De zoon van eisers heeft vanuit de Wmo een handbewogen rolstoel en een douchestoel en is in 2005 met de rest van het gezin verhuisd naar een (huur)woning met aanbouw, waarin zijn slaapkamer en douche gelegen zijn. Daarnaast heeft hij een statafel. Eisers’ zoon heeft een indicatie op grond van de Wet langdurig zorg (Wlz) in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Deze zorg wordt geleverd door eiseres/zijn moeder. Vier dagen per week heeft de zoon van eisers dagbesteding op een zorgboerderij.
3.3
Op 1 februari 2022 hebben eisers een aanvraag gedaan voor een woning-aanpassing.
Met het primaire besluit van 8 februari 2022 heeft het college aan eisers een woonvoorziening toegekend: een toegangsdeur aan de voorzijde van de slaapkamer van hun zoon.
Eisers hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
3.4
Het college heeft dit bezwaar met het besluit op bezwaar van 21 december 2022 ongegrond verklaard.
Eisers hebben tegen dit besluit op bezwaar beroep ingesteld.
Deze rechtbank heeft dat beroep op 19 februari 2024 gegrond verklaard. Volgens de rechtbank is het onderzoek van het college onvoldoende geweest. Er is ter plaatse geen onderzoek geweest van een deskundige waarbij een beoordeling is gemaakt van de situatie en de afmetingen van de ruimtes zijn vastgesteld. Er is niet beoordeeld of de zoon van eisers zich in een elektrische rolstoel voldoende kan bewegen in de woning en of de toekomstige situatie voor hem vanuit veiligheidsoogpunt verantwoord is. De rechtbank wijst daarbij op de noodzaak om de elektrische rolstoel op te laden, het aanwezige valgevaar en de mogelijk losse voorwerpen die een risico kunnen vormen gelet op zijn onderzoekende aard. Het college heeft tot slot zich verder zonder nader onderzoek naar het oordeel van de rechtbank niet op het standpunt kunnen stellen dat er niet te veel kou in de slaapkamer komt als de toegangsdeur wordt geopend.
3.5
Het college heeft daarna getracht bij Revant advies in te winnen. [naam] (Revant) heeft in de mail van 11 oktober 2024 echter meegedeeld niet aan die vraag te kunnen voldoen. [naam] vermeldt verder: ‘De visie van Revant in deze casus is dat zelfstandige verplaatsingen in elk geval binnenshuis met behulp van een elektrisch aangedreven hulpmiddel voor [eiser] geen haalbaar doel is. Onze functionele prognose is dat patiënt zich in de thuissituatie deels zelfstandig kan verplaatsen in een handbewogen (compacte) rolstoel die is voorzien van een dubbele hoepel links en de mogelijkheid om eenzijdig te trippelen. Er dient rekening te worden gehouden dat bij alle ADL en HDL handelingen ondersteuning nodig is van derden nu en in de toekomst. Hiervoor is voldoende, zo niet extra manoeuvreerruimte noodzakelijk. De beschikbare ruimte om te kunnen rijden, draaien en geholpen te worden met transfers ervaart moeder in de huidige woning als nauwelijks toereikend. Voor moeder is extra ruimte een voorwaarde waarvoor ondersteuning is aangevraagd bij Wmo Breda.’ En in de e-mail van 7 november 2024: ‘(…) bedoeld wordt dat wij niet verwachten dat [eiser] . zich in huis door middel van een elektrisch verplaatsingsmiddel veilig en verantwoord zal kunnen verplaatsen. In een optimaal en goed afgesteld handrolstoel heeft [eiser] . naar onze verwachting die mogelijkheid wel. Een dubbele hoepel is daarbij ondersteunend. Reëel is dat in de kleine ruimte hij in elk geval gedeeltelijk afhankelijk zal zijn van ouders en of zich kruipend zal verplaatsen.’
3.6
Op 29 januari 2025 heeft er een huisbezoek plaatsgevonden waarbij ook medewerkers van [leverancier] aanwezig waren.
3.7
Vervolgens heeft het college advies ingewonnen bij [bedrijf] . [medisch adviseur/ arts] heeft op 18 maart 2025 in aanwezigheid van een Vorm-adviseur een huisbezoek afgelegd. Hij heeft op 4 april 2025 gerapporteerd dat eisers’ zoon een elektrische rolstoel heeft geprobeerd en geoefend. Hij blijkt daartoe niet in staat te zijn en kan niet alleen worden gelaten in een elektrische rolstoel. De medisch adviseur heeft verder aangegeven dat eisers’ zoon bepaalde activiteiten niet zelfstandig kan, alleen met hulp, zoals het bereiken/toegang tot de woning, douchen, aan/uitkleden en eten. Hij kan wel zelf kruipend naar de keuken gaan en aanwijzen waar hij behoefte aan heeft. Hij kan dan zelf dingen uit de kast, ijskast of van het aanrecht pakken. De gang en keuken zijn voor de zoon van eisers niet goed toegankelijk om veilig en zelfstandig te bereiken. Hij kan kamers wel veilig en structureel bereiken in een rolstoel met hulp.
De Vorm-adviseur heeft geconcludeerd dat de slaapkamer op de begane grond adequaat is. De natte cel op de begane grond is erg krap, maar adequaat. Deze hoeven niet te worden aangepast. De hal is te krap voor eisers om zelfstandig doorheen te gaan met de rolstoel. De hal is echter alleen als doorgang, samen met de Wlz-begeleider, van voordeur naar woonkamer. Deze hoeft niet te worden aangepast. Om volwaardig mee te kunnen doen op de begane grond dient volgens de adviseur in de woonkamer en met name in de keuken ruimte te worden gecreëerd voor een draaicirkel van 150 cm met een onderrijdbaar deel bij de wastafel en aan het keukenblad. De adviseur noemt 3 oplossingen: uitbreken van de muur tussen woonkamer en keuken, verhuizen of uitbouw richting de achtertuin.
Bestreden besluit
3.8
Met het bestreden besluit van 22 april 2025 heeft het college het bezwaar van eisers gedeeltelijk gegrond verklaard.
3.8.1
Het college stelt dat het onderzoek tweeledig is geweest. Eisers hebben aangegeven dat zij de woning niet normaal kunnen gebruiken, dat eten met het gezin aan de eettafel niet mogelijk is en dat het fysiek zwaar is om de rolstoel te duwen.
Woning
3.8.2
Volgens het college is uit onderzoek gebleken dat binnenshuis zelfstandig verplaatsen in de slaap- en woonkamer met en zonder rolstoel mogelijk is. In de keuken worden problemen ervaren door het gezin. Eiseres ervaart geen handelingsruimte voor zichzelf als haar zoon in de keuken is. De doorgang van de keuken is met haar zoon in de rolstoel versperd en krap. Hierdoor kan haar zoon in de keuken niet adequaat deelnemen aan activiteiten. Verplaatsen in de hal met en zonder rolstoel is zelfstandig mogelijk. Draaien in de hal is niet zelfstandig mogelijk. Eiseres geeft aan dat draaien en keren soms wel zelfstandig mogelijk is na meerdere manoeuvreeracties. Dit gaat gepaard met stoten tegen muren, kozijnen en deuren. Terugkeren vanuit de hal in de rolstoel gebeurt dan ook met hulp.
Het college stelt dat de woonkamer, slaapkamer, keuken en natte cel een draaicirkel van 1.50 meter hebben wat volgens het Handboek toegankelijkheid voldoende is voor een handbewogen rolstoel. De hal is geen gebruiksruimte waardoor een draaicirkel van
1.5
meter niet noodzakelijk is. De keuken is evenmin een gebruiksruimte voor de zoon. In de keuken kan echter een draaicirkel van 1.50 meter over de volle breedte gerealiseerd worden als de kastenwand en hoge eetzit, die tijdens een renovatie in 2022 zelf zijn gerealiseerd, worden verwijderd. Het verwijderen is algemeen gebruikelijk.
Eettafel
3.8.3
Het college erkent dat eisers’ zoon in zijn huidige rolstoel met werkblad niet onder de eettafel gereden kan worden. Zonder werkblad en met het lager instellen van de armleuningen is dit wel mogelijk.
Een in hoogte verstelbare en verrijdbare eettafel kan volgens het college eveneens een passende bijdrage leveren. Eisers’ zoon kan tijdens het eten onder de tafel worden gereden. Overdag kan aan deze tafel bijvoorbeeld eten worden bereid. Het voorbereiden van eten hoeft niet per se in de keuken. Het herindelen van taken van de keuken naar de eettafel wordt door vanuit de Wmo verwacht en kan worden gezien als voorliggende oplossing. De tafel kan makkelijk worden verplaatst zodat eisers’ zoon op andere momenten meer bewegingsruimte in de woonkamer heeft.
Duwondersteuning
3.8.4
Het college stelt vast dat de zoon van eisers buitenshuis wordt voortgeduwd in de rolstoel. Zelfstandig rollen is vanwege de lichamelijke beperkingen en beperkte concentratie niet mogelijk. Zelfstandig deelnemen aan het verkeer is evenmin mogelijk. Eiseres geeft aan dat buitenshuis duwen erg zwaar is vanwege het lichaamsgewicht van haar zoon.
Maatwerkvoorziening
3.8.5
Het college kent geen maatwerkvoorziening voor aanpassing van de woning toe. De belemmeringen die in de woning worden ervaren kunnen worden opgelost met hulpmiddelen en herindeling van de woning. Uit onderzoek blijkt wel dat elektrische duwondersteuning nodig is. Het college kent hiervoor een maatwerkvoorziening toe.
Beroep
4.1
Eisers zijn het niet eens met afwijzing van de aanvraag om woningaanpassing. Hun zoon kan niet adequaat in de keuken deelnemen omdat de doorgankelijkheid van de keuken erg krap is en als hij in de keuken is eiseres te weinig handelingsruimte heeft. Daarnaast is de hal te krap. Het zelfstandig verplaatsen van en naar de hal is lastig en de zoon kan niet zelfstandig draaien.
4.2
Verder stellen eisers dat de toegekende duwondersteuning niet voldoet. Deze biedt onvoldoende ondersteuning. De ondersteuning kan alleen worden gebruikt bij hellingen omdat anders de batterij te snel leeg is. Voor eiseres is het fysiek te zwaar om haar zoon in een handbewogen rolstoel te duwen, ook met duwondersteuning. Eisers verzoeken alsnog om een elektrische rolstoel.
4.3
Ter onderbouwing van hun standpunt hebben eisers informatie overgelegd van de [revalidatiearts] van 19 september 2025, van de zorgboerderij van 7 mei 2025, van [kinderfysiotherapeut] van 4 november 2025, een ongedateerde brief van Revant en een USB-stick met beelden van hun zoon.
Verweer
5.1
Het college heeft in reactie op de beroepsgronden gesteld dat de stelling dat de duwondersteuning te weinig ondersteuning biedt nieuw is. Er is bij het doorpassen van de voorziening ter plaatse getest en geconstateerd dat dit een geschikte oplossing is. Nadien heeft de leverancier bij eisers een controle van de duwondersteuning uitgevoerd. De leverancier heeft vastgesteld dat de duwondersteuning aan de eisen voldoet en de accu in orde is. Met de duwondersteuning kan met een volledig opgeladen accu 6 tot 8 kilometer worden gewandeld.
5.2
Met betrekking tot het verzoek om een elektrische rolstoel stelt het college dat dit is onderzocht. Zowel Revant als [bedrijf] hebben geconstateerd dat eisers’ zoon niet in staat is een elektrische rolstoel te hanteren. Het college vindt dat dan ook geen passende en geschikte oplossing. In beroep is nieuwe informatie overgelegd en een melding gedaan voor een elektrische rolstoel binnenshuis. Deze melding zal het college oppakken.
Toetsingskader
6. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Oordeel van de rechtbank
7.1
De rechtbank overweegt allereerst dat eisers de beroepsgrond met betrekking tot de duwondersteuning op zitting hebben ingetrokken. De rechtbank zal daarover dan ook geen oordeel vellen. De rechtbank overweegt voorts als volgt.
7.2
De rechtbank stelt voorop dat het bij een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 gaat om het bieden van een passende bijdrage zodat betrokkene in redelijke mate kan participeren.
7.3
De rechtbank heeft eerder uitspraak gedaan in deze zaak. In die uitspraak van
19 februari 2024 is de rechtbank, gelet op onder meer hetgeen toen op zitting is besproken, uitgegaan van een elektrische rolstoel. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college nader onderzoek diende te verrichten. In het kader van dat onderzoek heeft het college informatie van Revant ontvangen en een advies van [bedrijf] . Op basis daarvan heeft het college naar het oordeel van de rechtbank er van uit kunnen gaan dat een elektrische rolstoel voor eisers’ zoon niet haalbaar is. Dat ook eisers op dat moment vonden dat een elektrische rolstoel met joystick binnenshuis niet mogelijk is, wordt bevestigd in het e-mailbericht van het college van 5 februari 2025.
7.4
Eisers stellen thans dat aan hun zoon een elektrische rolstoel dient te worden toegekend; dat hij voldoende leerbaar is om daarmee om te gaan. Of dat zo is, of eiser in aanmerking moet worden gebracht voor een elektrische rolstoel, of hij ook in staat is binnenshuis een elektrische rolstoel te gebruiken en of dat consequenties heeft voor de woonsituatie, zal nog moeten blijken. Het college heeft aangekondigd daarnaar nader onderzoek te gaan doen. Een (eventuele) indicatie voor een elektrische rolstoel valt echter buiten de omvang van het geding. In dit geding ligt namelijk alleen de afwijzing van een woonvoorziening voor. De rechtbank ziet dan ook geen reden om deze zaak aan te houden in afwachting van het onderzoek dat het college nog gaat verrichten.
7.5
De rechtbank gaat uit van de situatie dat de zoon van eisers een handbewogen rolstoel heeft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college afdoende toegelicht dat gelet op die situatie een woonvoorziening niet nodig is. Uit onderzoek blijkt dat er een voldoende draaicirkel voor de handbewogen rolstoel is in de woonkamer, slaapkamer en badkamer. In de hal is die draaicirkel er niet, maar het college heeft kunnen stellen dat de hal alleen bedoeld is als doorgang van binnen naar buiten vice versa en dat daarom daar geen draaicirkel van 1.5 meter nodig is. Daarnaast kan daarvoor de Wlz-hulp worden ingezet. Gebleken is dat in de keuken er (nog) geen voldoende draaicirkel is. Die kan echter wel worden gecreëerd als de keuken anders wordt ingericht. Naar het oordeel van de rechtbank kan dat van eisers worden verlangd. Dat eisers’ zoon in de huidige situatie niet in voldoende redelijke mate kan participeren in de zin van de Wmo is de rechtbank bovendien niet gebleken.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het besluit van het college, waarbij de aanvraag om een woonvoorziening is afgewezen, standhoudt.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Als gevolg hiervan hebben eisers geen recht op vergoeding van het griffierecht of de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. H . van der Linden, rechter, in aanwezigheid van mr. H .D. Sebel, griffier op 23 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
Artikel 1.1.1
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- maatschappelijke ondersteuning:
1°. bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld,
2°. ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving,
3°. bieden van beschermd wonen en opvang;
- maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:
1°. ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen,
2°. ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen,
3°. ten behoeve van beschermd wonen en opvang;
- woningaanpassing: bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte;
Artikel 2.3.1
Het college draagt er zorg voor dat aan personen die daarvoor in aanmerking komen, een maatwerkvoorziening wordt verstrekt.
Artikel 2.3.2
1. Indien bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, voert het college in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met achtste lid. Het college bevestigt de ontvangst van de melding.
4. Het college onderzoekt:
a. de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt;
b. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
c. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
d. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt;
e. de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
f. de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang;
g. welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a, verschuldigd zal zijn.
Artikel 2.3.5
1. Het college beslist op een aanvraag:
a. van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie;
b. van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen.
3. Het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
5. De maatwerkvoorziening is, voor zover daartoe aanleiding bestaat, afgestemd op:
a. de omstandigheden en mogelijkheden van de cliënt,
b. zorg en overige diensten als bedoeld bij of krachtens de Zorgverzekeringswet,
c. jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet die de cliënt ontvangt of kan ontvangen,
d. onderwijs dat de cliënt volgt dan wel zou kunnen volgen,
e. betaalde werkzaamheden,
f. scholing die de cliënt volgt of kan volgen,
g. ondersteuning ingevolge de Participatiewet,
h . de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de cliënt.
6. Het college kan een maatwerkvoorziening weigeren indien de cliënt aanspraak heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg in een instelling op grond van de Wet langdurige zorg, dan wel er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarop aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande.
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Breda houdende regels omtrent maatschappelijke ondersteuning (Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda 2021)
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
1. In de verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
j. Normale gebruik van de woning: het kunnen verrichten van de elementaire woonfuncties gericht op zelfredzaamheid (eten, slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, koken), het verrichten van belangrijke huishoudelijke taken, horizontale en verticale verplaatsingen in en om de woning waaronder ook de toegang tot de woning. Daaronder kan onder omstandigheden tevens de berging, de toegang tot tuin of balkon van de woning worden verstaan;
p. Woonvoorziening: een woningaanpassing of hulpmiddel gericht op het normale gebruik in de woning;
Artikel 5.2 Criteria wonen algemeen
1. Woonvoorzieningen worden slechts verstrekt als deze zijn gericht op:
a. het verminderen of wegnemen van de beperkingen in het normale gebruik van de woning; of
b. het kunnen gebruiken van de daartoe noodzakelijke ruimte(n),
in de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben.
3. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een woonvoorziening worden verstrekt gericht op de bereikbaarheid, toe- en doorgankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.