Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Tilburg, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €346.000 per 1 januari 2022. Tegelijkertijd werd de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) voor 2023 opgelegd. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 17 december 2025 bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd vastgesteld op €329.000. De aanslag OZB werd dienovereenkomstig verminderd. Tevens werd afgesproken dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van €51 aan belanghebbende vergoedt en een proceskostenvergoeding van €3.108 betaalt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en legde de gemaakte afspraken vast in haar beslissing. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch binnen zes weken na bekendmaking van de uitspraak.