Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:9209

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
24/1757
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering WOZ-waarde woning en aanslag OZB na compromis tussen belanghebbende en gemeente

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Tilburg, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €346.000 per 1 januari 2022. Tegelijkertijd werd de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) voor 2023 opgelegd. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.

Tijdens de zitting op 17 december 2025 bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd vastgesteld op €329.000. De aanslag OZB werd dienovereenkomstig verminderd. Tevens werd afgesproken dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van €51 aan belanghebbende vergoedt en een proceskostenvergoeding van €3.108 betaalt.

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en legde de gemaakte afspraken vast in haar beslissing. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch binnen zes weken na bekendmaking van de uitspraak.

Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €329.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/1757
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 22 december 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats] , belanghebbende,
(gemachtigde: [gemachtigde 1] verbonden aan [bedrijf 1] , onderdeel van [bedrijf 2] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.

1.Inleiding

1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 19 december 2023.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 26 februari 2023 de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 346.000. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Tilburg voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag OZB).
1.3.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.4.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen [gemachtigde 2] , werkzaam bij [bedrijf 1] onderdeel van [bedrijf 2] en namens de heffingsambtenaar zijn verschenen [heffingsambtenaar] en [taxateur] , taxateur.

2.Overwegingen

2.1.
Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt. Afgesproken is dat de WOZ-waarde van de woning voor het belastingjaar 2023 wordt vastgesteld op € 329.000. De aanslag onroerendezaakbelastingen dient dienovereenkomstig te worden verminderd. Verder zijn partijen overeengekomen dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51 aan hem moet vergoeden en dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende een proceskostenvergoeding dient te betalen. De overeengekomen proceskostenvergoeding bedraagt dan in totaal € 3.108 (1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, met een waarde van € 647, 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 907, elk punt met een wegingsfactor 1).
2.2.
De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en het beroep gegrond verklaren.

3.Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vermindert de WOZ-waarde van de woning tot een bedrag van € 329.000;
  • vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden;
  • veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 3.108 aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Dondorp-Loopstra, rechter, in aanwezigheid van M.M.I. van Dijk-Saris, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.