De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor poging tot uitlokking van moord, gepleegd tussen 1 februari en 8 april 2024. Verdachte heeft via Telegram en Snapchat meerdere personen benaderd, waaronder minderjarige jongens, en hen gedetailleerde informatie over het slachtoffer verstrekt met een belofte van €30.000 voor het plegen van de moord. Hoewel verdachte verklaarde dat het een wanhoopsdaad was en hij de opdracht probeerde in te trekken, achtte de rechtbank deze verklaring niet aannemelijk.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs, waaronder chatgesprekken en verklaringen, wettig en overtuigend was. Verdachte handelde zakelijk en volhardend, en benaderde meerdere potentiële uitvoerders van de moord. De poging tot uitlokking werd niet voltooid doordat de potentiële daders geen uitvoering gaven en verdachte werd aangehouden.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 6 jaar op, lager dan de eis van 8 jaar, vanwege het niet-voltooid zijn van de uitbetaling. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €13.116,90 schadevergoeding aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank wees vrijspraak toe voor de onderdelen misbruik van gezag, geweld, bedreiging en misleiding wegens onvoldoende bewijs.
De strafrechtelijke procedure verliep met een zitting op 4 februari 2025 en vonnis op 19 februari 2025. De rechtbank nam ook het reclasseringsrapport mee, waarin problematisch gokgedrag en schuldenlast van verdachte werden genoemd. De rechtbank vond een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend gezien de ernst van het feit en de impact op het slachtoffer en de maatschappij.