Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 1:[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft uitgelokt om met een vuurwapen op [coffeeshop] te schieten;
feit 2:[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft uitgelokt om de pandeigenaar van, de pandhouder van en de aanwezigen in [coffeeshop] te bedreigen.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt: een wapen) heeft geregeld. Verder acht de rechtbank het van belang dat [medeverdachte 1] ook over zichzelf zeer belastend heeft verklaard, nu hij bekend heeft de feiten te hebben gepleegd.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
€ 1.250,- en € 2.500,- wordt per punt een salaris toegekend van € 204,-. Nu de raadsman van de benadeelde partij niet op de zitting aanwezig was, zal de rechtbank één punt toekennen. Dat betekent dat een bedrag van € 204,- aan proceskosten zal worden toegekend. De gevorderde proceskosten zullen voor het overige worden afgewezen.
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;
gericht en/of zware mishandeling
een gevangenisstraf van 30 maanden;
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
180 dagen jeugddetentie;
- wijst de vordering voor zover deze ziet op de kosten van rechtsbijstand voor het overige af;