Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
op 30 maart 2024 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een ander,
opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw, te weten het pand [coffeeshop] gelegen aan de [straat] te [plaats 1] , dat geheel of ten dele aan een ander,
te weten de pandeigenaar van [coffeeshop] , toebehoorde, heeft beschadigd;
op of omstreeks 30 maart 2024 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een ander,
de pandeigenaar en/of houder en/of aanwezigen van [coffeeshop] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of zware mishandeling door met een vuurwapen op het pand [coffeeshop] te schieten;
in of omstreeks de periode van 1 februari 2024 tot en met 3 april 2024
te Coevorden, [plaats 1] en/of [plaats 2] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met anderen,
ter voorbereiding van het te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving
een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord als bedoeld in artikel 289 van Pro het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk
- een of meer communicatiemiddelen, te weten mobiele telefoons en
- een of meer afbeeldingen van [slachtoffer 1] en/of de woning van [slachtoffer 1] en
- een of meer berichten en/of notities met ' [adres] [plaats 2] ', althans het
adres van [slachtoffer 1] ,
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad;
op 25 januari 2024 te Waalwijk,
een muts (merk Moncler), die geheel aan [slachtoffer 2] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
- verdachte is een first offender;
- eendaadse samenloop van feit 1 en 2;
- het raadsrapport en de pro justitie rapportage waaruit blijkt dat de feiten in verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend;
- de positieve ontwikkeling van verdachte op alle leefgebieden;
- de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht (inclusief twee volle weken in volledige beperkingen);
- de schorsingsvoorwaarden waar verdachte zich aan heeft gehouden: huisarrest, intensief reclasseringstoezicht en intensieve begeleiding;
- de (beperkte) rol van verdachte in het geheel;
- de jeugdige leeftijd van verdachte.;
- de pro justitia rapportage van drs. [naam 1] , GZ-psycholoog, van 1 augustus 2024;
- de pro justitia rapportage van [naam 2] , kinder- en jeugdpsychiater, van 2 augustus 2024;
- het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 20 januari 2025.
7.De benadeelde partijen
€ 1.250,- en € 2.500,- wordt per punt een salaris toegekend van € 204,-. Nu de raadsman van de benadeelde partij niet op de zitting aanwezig was, zal de rechtbank één punt toekennen. Dat betekent dat een bedrag van € 204,- aan proceskosten zal worden toegekend. De gevorderde proceskosten zullen voor het overige worden afgewezen.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een jeugddetentie van 340 dagen, waarvan 241 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
van rechtswege de volgende voorwaardengelden:
een leerstraf, te weten So-Cool verlengd van 50 uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
25 dagen;
- wijst de vordering voor zover deze ziet op de kosten van rechtsbijstand voor het overige af;