ECLI:NL:RBZWB:2025:9171

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
25/1913
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen het uitblijven van een beslissing op verzoek om herbeoordeling arbeidsongeschiktheid

In deze uitspraak beslist de rechtbank Zeeland-West-Brabant over het beroep van eiseres, een B.V., tegen het uitblijven van een beslissing op haar verzoek om herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een (ex-)werkneemster op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet Wia). De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat eiseres niet het juiste uittreksel uit het handelsregister heeft overgelegd. Dit uittreksel was noodzakelijk om te kunnen vaststellen wie als bevoegd bestuurder gerechtigd is om beroep in te stellen. De rechtbank heeft eiseres eerder in de gelegenheid gesteld om dit uittreksel te overleggen, maar hierop is geen adequate reactie ontvangen. Daarom heeft de rechtbank besloten om de zaak zonder behandeling ter zitting af te doen, conform artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en heeft deze uitspraak openbaar gemaakt op 22 december 2025. Een afschrift van de uitspraak is verzonden aan de betrokken partijen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1913

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

De Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het uitblijven van een beslissing op het verzoek om herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een (ex-)werkneemster op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet Wia).
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. In de Awb is de verplichting opgenomen om een schriftelijke machtiging te overleggen. Deze machtiging is overgelegd. Omdat de machtiging ziet op een bedrijf is door de griffier gevraagd bij brief van 11 april 2025 om een uittreksel uit het handelsregister van [eiseres] BV waaruit blijkt wie als bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen. Bij aangetekende brief van 13 juni 2025 is de gemachtigde van eiseres medegedeeld dat op het eerdere verzoek geen reactie is ontvangen. De gemachtigde van eiseres is verzocht om binnen twee weken alsnog een schriftelijke reactie toe te sturen. Verder is er in deze brief op gewezen dat indien er van deze gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
3. De rechtbank stelt vast dat in reactie op deze brief een aantal stukken zijn overgelegd, maar niet het gevraagde uittreksel van eiseres. Dit betekent dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Daarom zal de rechtbank de zaak zonder behandeling ter zitting afdoen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 22 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
Rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.