ECLI:NL:RBZWB:2025:9161
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep inzake aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen door termijnoverschrijding
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 22 december 2025, wordt het beroep van de belanghebbende, woonachtig in Frankrijk, tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst van 22 augustus 2022 behandeld. De belanghebbende had op 13 december 2023 een aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2018 ingediend. De inspecteur had eerder uitspraak gedaan op een bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2018, waardoor de aangifte als beroepschrift werd aangemerkt en naar de rechtbank werd doorgestuurd. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken en eindigde op 3 oktober 2022. De rechtbank heeft vastgesteld dat de aangifte op 13 december 2023 is ontvangen, wat betekent dat deze niet tijdig is ingediend. De rechtbank heeft de belanghebbende in de gelegenheid gesteld om redenen voor de termijnoverschrijding aan te geven, maar er is geen verontschuldiging voor het verzuim gebleken. Hierdoor blijft het bestreden besluit in stand en wordt de inspecteur opgedragen om de aangifte als verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag IB/PVV 2018 in behandeling te nemen. De rechtbank concludeert dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling.