ECLI:NL:RBZWB:2025:9160
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens ontbreken machtiging
Op 22 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak BRE 24/6154, waarin belanghebbende, vertegenwoordigd door mr. S. de Vlugt, beroep heeft ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst. Het beroep betreft een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2019. De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat de gemachtigde van belanghebbende geen machtiging heeft ingediend. Dit verzuim is niet tijdig hersteld, ondanks herhaalde verzoeken van de rechtbank om dit te doen. De rechtbank heeft in haar beoordeling benadrukt dat het indienen van een machtiging essentieel is voor het instellen van beroep namens een ander. Aangezien de gemachtigde geen reden heeft gegeven voor het ontbreken van de machtiging, heeft de rechtbank besloten het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Hierdoor blijft het bestreden besluit van de inspecteur in stand en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.