ECLI:NL:RBZWB:2025:9159
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging
Op 22 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak BRE 24/6155, waarin belanghebbende, vertegenwoordigd door mr. S. de Vlugt, beroep heeft ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst. Het beroep betreft een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2020. De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat de gemachtigde van belanghebbende geen machtiging heeft ingediend. Dit verzuim is niet tijdig hersteld, ondanks herhaalde verzoeken van de rechtbank om dit te doen. De rechtbank heeft in haar beoordeling aangegeven dat het indienen van een machtiging noodzakelijk is voor iemand die namens een ander beroep instelt. Aangezien de gemachtigde geen machtiging heeft overgelegd en geen verontschuldiging voor het verzuim heeft gegeven, heeft de rechtbank besloten het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Hierdoor blijft het bestreden besluit in stand en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.