ECLI:NL:RBZWB:2025:9158
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging
Op 22 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak BRE 24/8355, waarin belanghebbende, vertegenwoordigd door een gemachtigde, beroep heeft ingesteld tegen een WOZ-beschikking/aanslag gemeentelijke belastingen voor het jaar 2024. De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat de gemachtigde geen machtiging heeft ingediend om namens belanghebbende op te treden. De rechtbank heeft de gemachtigde in een brief van 19 december 2024 verzocht om dit verzuim voor 30 januari 2025 te herstellen, maar dit is niet gebeurd. Op 6 februari 2025 is de gemachtigde opnieuw gewezen op het verzuim en kreeg hij tot 20 februari 2025 de kans om de machtiging in te dienen, maar ook dit is niet gebeurd. De rechtbank concludeert dat er geen verontschuldiging voor het verzuim is gegeven en dat het beroep daarom niet inhoudelijk kan worden beoordeeld. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing.