ECLI:NL:RBZWB:2025:9156

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
BRE 24/6938
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging en uittreksel handelsregister

In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 22 december 2025, wordt het beroep van belanghebbende B.V. tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst van 19 september 2024 behandeld. Het beroep betreft een aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2020. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat de gemachtigde van belanghebbende geen recent uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel heeft ingediend, noch een geldige machtiging heeft overgelegd. Dit verzuim is niet tijdig hersteld, ondanks herhaalde verzoeken van de rechtbank om de benodigde documenten aan te leveren. De rechtbank legt uit dat zonder deze documenten niet kan worden vastgesteld of de gemachtigde bevoegd is om namens belanghebbende op te treden. Hierdoor kan de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordelen en blijft het bestreden besluit in stand. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/6938

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V., belanghebbende

(gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 19 september 2024. Het beroep ziet op de aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2020 met [aanslagnummer] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen recent uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging en een uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel indienen waaruit blijkt wie als uiteindelijk bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen en een machtiging te verlenen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is een recent uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging en geen recent uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel bijgevoegd, waaruit blijkt dat hij gemachtigd is door een daartoe bevoegd persoon om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. Daarnaast beschikt de rechtbank ook niet over de adresgegevens van de belanghebbende.
5. De rechtbank heeft gesteld gemachtigde in haar brief van 16 oktober 2024 verzocht om binnen vier weken deze verzuimen te herstellen. Op 21 november 2024 heeft gesteld gemachtigde een machtiging en een uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel uit 2016 ingediend. Op 27 november 2024 is gesteld gemachtigde verzocht om een recent uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel in te dienen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 29 november 2024 om 10:35 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen recent uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel ingediend. De rechtbank kan daardoor niet vaststellen of de machtiging is afgegeven door een persoon die ook bevoegd was om namens belanghebbende een machtiging te verlenen.
Is het verzuim verontschuldigbaar?
6. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 22 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.