ECLI:NL:RBZWB:2025:9155

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
BRE 24/8651
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:36c Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging en verklaring van erfrecht bij WOZ-beschikking

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 22 december 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een beroep tegen een WOZ-beschikking en gemeentelijke aanslag voor een onroerend goed te Tilburg.

Het beroep was ingesteld door een gesteld gemachtigde namens de erfgenamen van de overledene. De rechtbank stelde echter vast dat de gemachtigde geen geldige machtiging en geen verklaring van erfrecht had overgelegd, waardoor niet kon worden vastgesteld dat hij bevoegd was om het beroep namens alle erfgenamen in te stellen.

De rechtbank heeft de gemachtigde meerdere malen verzocht om deze verzuimen binnen een redelijke termijn te herstellen, maar dit is niet gebeurd. Er is geen verontschuldiging voor het niet tijdig indienen van de benodigde documenten gegeven.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en bleef het bestreden besluit ongewijzigd. Een inhoudelijke beoordeling van het beroep heeft niet plaatsgevonden en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en verklaring van erfrecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/8651

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen

de erven van [erflater] , belanghebbenden

(gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbenden tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 19 november 2024. Het beroep ziet op de WOZ-beschikking/aanslag gemeentelijke belastingen voor het object [adres] met [aanslagnummer] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen machtiging en geen verklaring van erfrecht heeft ingediend. Het verzuim is niet tijdig hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [1] Daarnaast dient gesteld gemachtigde in dit geval tevens een verklaring van erfrecht in te dienen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is een machtiging en een verklaring van erfrecht overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbenden. Hij heeft bij het beroepschrift een machtiging overgelegd op naam van ‘[erven van erflater]’. Onduidelijk is wie namens de erven heeft getekend en of deze persoon bevoegd was om namens alle erfgenamen een machtiging te verlenen. Er is geen verklaring van erfrecht bijgevoegd waaruit blijkt. De rechtbank kon dus niet vaststellen dat gesteld gemachtigde gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens de erfgenamen.
5. De rechtbank heeft hem in haar digitale berichten van 9 januari 2025 en 10 februari 2025 verzocht om binnen twee weken deze verzuimen te herstellen. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datums een notificatie aan de gestelde gemachtigde verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat gesteld gemachtigde deze bericht op 9 januari 2025 en 10 februari 2025 heeft ontvangen. [3] Gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen andere machtiging en geen verklaring van erfrecht ingediend.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging en een verklaring van erfrecht verontschuldigbaar?
6. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus geen verontschuldiging voor deze verzuimen gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 22 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.
3.Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).