Op 26 augustus 2025 werd verdachte aangehouden in Ritthem nadat politie een auto controleerde waarin verdachte als bijrijder zat met een zwarte tas. In deze tas werd een vuurwapen aangetroffen, waarna ook de woning van verdachte werd doorzocht waar vier andere vuurwapens werden gevonden. De verdediging voerde aan dat de doorzoeking van de tas onrechtmatig was omdat alleen de bestuurder toestemming had gegeven, maar de rechtbank oordeelde dat de toestemming voor de auto ook de tas omvatte en dat de doorzoeking rechtmatig was.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte vijf vuurwapens voorhanden had, waaronder een automatisch machinepistool, en verwierp het verweer dat het bewijs onrechtmatig was verkregen. Verdachte legde een bekennende verklaring af. Gezien de ernst van het feit en het strafblad van verdachte, hoewel dit al bijna twintig jaar oud was, werd een gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd met aftrek van voorarrest.
De rechtbank wees het verzoek van de verdediging voor een taakstraf af vanwege de ernst van het feit en vond een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. De straf is volledig onvoorwaardelijk en de tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht. De rechtbank sprak verdachte vrij van wat meer of anders was ten laste gelegd.