Op 18 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 26 augustus 2025 in Ritthem vijf vuurwapens voorhanden had. De verdachte, geboren in 1982 en thans gedetineerd, werd bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. van de Rakt. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 5 december 2025, waarbij de officier van justitie, mr. M.C. Fimerius, en de verdediging hun standpunten naar voren brachten. De tenlastelegging, die als bijlage aan het vonnis was gehecht, betrof het voorhanden hebben van vuurwapens in strijd met artikel 26 van de Wet wapens en munitie (WWM). De rechtbank oordeelde dat de doorzoeking van de auto van de verdachte rechtmatig was, omdat de verbalisanten op basis van de omstandigheden toestemming hadden gekregen van de medeverdachte om de auto te doorzoeken. Tijdens deze doorzoeking werd een vuurwapen aangetroffen in een tas die de verdachte bij zich had, en vier andere vuurwapens werden later in zijn woning gevonden. De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat er sprake was van een vormverzuim, en achtte het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, met aftrek van voorarrest, en sprak de verdachte vrij van andere tenlastegelegde feiten. De beslissing is gebaseerd op de artikelen 57 van het Wetboek van Strafrecht en 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.