ECLI:NL:RBZWB:2025:8967
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar tegen spoedbestuursdwang sluiting horecagelegenheid
De burgemeester van Breda besloot op 17 december 2024 een horecagelegenheid te sluiten voor vier weken op grond van een bestuurlijke rapportage van 13 december 2024. Eiser maakte op 24 december 2024 bezwaar tegen deze spoedbestuursdwang, maar de burgemeester verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege vermeende te late indiening. De rechtbank behandelde op 4 december 2025 het beroep tegen deze beslissing.
De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het bezwaar. Eiser stelde dat het bezwaarschrift tijdig per post was verzonden en bovendien als bijlage bij een verzoek om voorlopige voorziening via e-mail aan de burgemeester was toegezonden. De burgemeester ontkende tijdige ontvangst en stelde het bezwaarschrift pas op 8 april 2025 te hebben ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift wel degelijk tijdig door de burgemeester was ontvangen, omdat de rechtbank het bezwaarschrift binnen de termijn als bijlage bij het verzoek om voorlopige voorziening aan de burgemeester had toegestuurd. Het feit dat de burgemeester mogelijk nog geen kennis had genomen van de inhoud was niet relevant voor de ontvangst. Daarom had het bezwaar ontvankelijk verklaard moeten worden en werd het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg de burgemeester op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het bezwaar is ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de burgemeester moet een nieuw besluit nemen en proceskosten vergoeden.