Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
Feit 1 Openlijke geweldpleging
Op het moment dat [naam] nog met [slachtoffer] in zijn tot stilstand gedwongen auto zit en [slachtoffer] een van zijn armen om haar keel heeft geklemd, is er naar het oordeel van de rechtbank nog sprake van een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding waartegen enig maar dan wel gepast geweld gebruikt mag worden. Voor dat openlijk geweld - de door [medeverdachte 4] uitgedeelde klappen - komt verdachte en zijn mededaders een geslaagd beroep op noodweer toe, waardoor dat geweld niet strafbaar is. Daarvoor zal verdachte worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
Vanaf het moment dat [naam] uit de auto van [slachtoffer] is, is er echter geen sprake meer van een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding. Over een toen nog dreigend gevaar voor een (verdere) aanranding heeft geen van de vrienden verklaard en daarvan is ook overigens niet gebleken. Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het toen nog gevolgd geweld uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
- Reparatiekosten auto: € 1.006,24;
- Eigen risico zorgverzekering over 2022 en 2023: € 388,65.
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
een taakstraf van 150 (honderdvijftig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
75 (vijfenzeventig) dagen;
een gevangenisstraf van 1 (één) maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
mr. R.J.H. de Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Kroes, griffier,